woensdag 17 april 2013

C.O. Jellema -- Saaksum

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


* wikipedia
* dbnl
* wat gedichten
* korte documentaire

schilderijen van Jacqueline Kasemier en Trudy Kramer




Keuze van Lammert Voos:
‘Saaksum’ van C.O. Jellema was een openbaring voor mij: het ging over mijn geboortegrond en je bleek dus best over die streek te kunnen schrijven zonder direct aan Ede Staal met zijn romantische interpretatie te moeten denken. Bovendien bedacht Jellema uitdrukkingen en woorden die volgens mij niet bestonden. Ik zal niet zeggen dat ik hem imiteer, maar hij heeft me zeker beïnvloed in mijn poëzie over Groningen.

Jellema ligt op het beschreven kerkhof begraven.




Saaksum

Licht getild hoe zwaar ook de klei zich uitstrekt
     onder stapelwolken: zo woonden mensen,
          stuk voor stuk, geboren, begraven, stil nu
               tussen de hagen.

Wonen – ook de dood te bevatten als een
     onbegonnen handeling, onzer handen
          werk op voorspraak van de getijden, dan wel
               denken voltrokken.

Niet een eigen eenzaamheid weegt, doch velden
     voren duldend, opgang in halmen waarin
          hemel rijpt? Die beeldspraak der aarde, ons tot
               oogst voor de ogen.

Kleine terp, verhoogd in een toren. Kraaien
     zwenken galmgedragen de tijd uit. Waarom
          onbevangen niet ook de geest te geven
               zo aan de winden?

Alles is gedachte. Alleen de pijn te
     moeten sterven denken wij anders. Lichaam.
          Lichaam. Harde pijn van ontbinding. Troost dan
               nog het verbeelde?

Adem, strofe, lied, het verwaaien. Verskunst
     voren: keer om wederkeer. Zie de meeuwen,
          zee hun herkomst, stapelen wolken boven
               wendakker, graven.

Adem woont, en droom om dit kerkhof is het
     licht van boven, huiswaarts gedacht dit lichaam,
          opgetild, ten hemel gevaren – opstand
               blijft het bestaande,

dankbaar toch. Zijns ondanks gerijpt te sterven
     lichter dan de klei ons voorspelt. Op velden
          neemt het golvend vorm aan, belijning zonder
               omtrek van wezen.

Zonlicht glanst in dakschild, glazuur van zerken,
     beukenhaag – in al die doorschijning veilig
          zijn ook wij. Ons ondanks. De kunst is: dit als
               beeld te bewonen.


C.O. Jellema (1936-2003)
uit: In de koude voorjaarsnacht (1986)





= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen