donderdag 19 juli 2018

Abonneren


Het cv van het Laurens jz. Coster-project.

• Abonnee worden van de dagelijkse Coster-gedichten kan hier. Of stuur een mail naar eon@planet.nl

Dana Hokke -- zes gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

in memoriam
vergeten dichter
dbnl
meander








Gewaarwording

Alleen als ik staan blijf
voel ik de wind
als een boom in zijn buigen
en flarden geritsel
als water bewogen
in rimpelend licht.

Niet als ik meegaand
de wind in het zeil volg.

Alleen als ik sta
of er dwars tegenin.


*


Levenslust

Ik hoor er weer bij, ik zit
als een kip
op stenen eieren
en noem mijn wachten broeden.


*


Nijd genoemd

Er is geen woord lief genoeg
voor dat onbeholpen addendum
die lome lustvogel
dat onhandelbaar hoopje gummi
dat meegaand onverwacht
zich verzet en verbazend
uitgroeit boven mijn greep.
Een roerige kikker gevangen.
Waar zit het kikkerrit
dat kil tussen mijn vingers
glipt?


*


Zie je

de woorden
die ik gewoon was te proeven
op dat goudschaaltje
te wegen op mijn tong

de woorden
die ik gewoon was

begonnen me op den duur
samen stuk voor stuk
tegen te spreken.

Dus wilde ik andere.

Ik nam ze van anderen
en liet ze voor mij uitgaan
als kinderen misschien wel
als heraut of herder.
Dat zou ik nog wel zien.

Ze liepen namelijk op stelten.

Maar het moeras
was keihard opgedroogd
beklinkerd, het publiek
drong voor en ik
ben nu ouder en als de dood
zo bang dat we vallen.


*


Zaliger

Ik wens mij de dood niet
een langzame leegte
van weten
afweziger leven,

noch een steen mijn hart
zinkend in duister
onverhoeds
wijder golvend.

Maar mijn sterven een groeien
meelevend
onder mijn huid.

Ik wens mij de dood een gezel.


*


Kenmerk

Opvallend gewoon is liefde
want dat is het blijkbaar.

Daarom gaat mijn taal geen dwaalpaden,
niet langs omwegen naar gezochte vergezichten;
bekend terrein wordt niet opnieuw in kaart gebracht.
Maar rustig volg ik de route van onze voorgangers
en wandel de gebaande wegen naar de gemeenplaats:

vanzelfsprekend liefste
noem ik je liefste.


Dana Hokke (1930-2018)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Désanne van Brederode -- Voorgevoel & Kwijt

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
youtube
dbnl



• portret door keke keukelaar





Voorgevoel

De schuldigen, ze vallen zelden op. Hun kleur heet beige.
Van stoeprand, boomstronk, ongelakte banken
in onbezochte, opgespoten parken - ook in de zomer
ingepakt in klompen vuile sneeuw. Hun kleur lijkt grijs:

Ze weten zich veel ouder dan gemiddeld, al gaan ze
toch minder traag dan wie nog niets misdaan heeft
of dat denkt. Geen 'alle tijd' voor hen, de koek half op,
verslikt, het blikje klein geknepen als een keel.

De zwijgers, op hun reigerdunne benen, de azers op
een spiegelbeeld, welke dan ook. Het winkelraam,
de pas gegraven vijver - overal niets dan veel. Te veel.
Hun kleur: beslagen. En opwrijven? Vergeefs.

Straks komt er aan het licht.
Straks barst hun klok.


*


Kwijt

Er raakte iets onvindbaar. Leek het op licht?

Ik ben het vergeten. Het sloop weg, hoewel het voetloos was.
Het verpulverde, maar zonder stoffelijk te zijn geweest.
Het smolt onder mijn voeten, terwijl ik nog steeds bleef staan,
recht overeind. De lucht bleef lucht, hooguit
verdween het hemelse eruit, het ruisen van veren,
de opspattende glans van gras en planten,
de geurige allure van een nog ongevallen regen.

Voortaan zou ik mijn leven alleen nog herkennen
aan de oneetbaarheid ervan. Er werd mij wel verteld
wanneer het bederf was begonnen. Afremmen kon men het niet.
Wat restte is het besef dat ik nog elke dag minder weet
hoe mensen dat toch doen: huiswaarts keren.
Dalen, landen. Of urenlang op de uitkijk staan,
alvast oefenend op een omhelzing.


Désanne van Brederode (1970)
uit: Verzonnen grond (2018)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

dinsdag 17 juli 2018

Ingmar Heytze & Catharina Blaauwendraad

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



Catharina Blaauwendraad
Ingmar Heytze


• Zo’n 70 jaar geleden schreef C. Buddingh’ zijn eerste gorgelrijm, 'De blauwbilgorgel’. Ter gelegenheid van zijn 100ste verjaardag verscheen bij uitgeverij Liverse een verzamelbundel, met daarin gorgelrijmen van een kleine veertig dichters. Hieronder twee gedichten daaruit, van Catharina Blaauwendraad en Ingmar Heytze. Plus de originele ‘Blauwbilgorgel’.





De grijsgevlekte workeldiertjes

De grijsgevlekte workeldiertjes
komen verdrietig uit het ei.
Ze kruipen naar hun zavekiertjes
en zorken daar neerslachtig bij.

Ze zijn nog jong maar weten wis en
waarachtig welke domp hun wacht:
Ze horen reeds het noodlot sissen
als gavelslangen in de nacht.

Te huiverig om hard te huilen
versnalken zij daar in hun hoek

en weten: in een zavekiertje
ontvangt men nimmer blij bezoek.


Catharina Blaauwendraad (1965)


*


Grammelalmanak

Mijn zolder heeft een muffe hoek
waar strint en gruifdier woekeren.
Daar ligt mijn grammelalmanak.
Ik mag er graag in koekeren.

Geen dag is zonder ongeluk,
maar in mijn grammelalmanak
staat alle grammel die ik zoek.
Dat maakt het leven daarglijk.

De plaatjes sla ik over, want
daar lig ik meestal wakker van
en dat is onbehaaglijk;

koop liever,l als het even kan,
de niet-geïllustreerde druk.
Raban! Raban! Raban!


Ingmar Heytze (1970)


*


De blauwbilgorgel

Ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel,
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind'ren van.
Raban! Raban! Raban!

Ik ben een blauwbilgorgel
Ik lust alleen maar korgel,
Behalve als de nachtuil krijst,
Dan eet ik riep en rimmelrijst.
Rabijst! Rabijst! Rabijst!

Ik ben een blauwbilgorgel,
Als ik niet wok of worgel,
Dan lig ik languit in de zon
En knoester met mijn knezidon.
Rabon! Rabon! Rabon!

Ik ben een blauwbilgorgel
Eens sterf ik aan de schorgel,
En schrompel als een kriks ineen
En word een blauwe kiezelsteen.
Ga heen! Ga heen! Ga heen!


C. Buddingh' (1918-1985)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

maandag 16 juli 2018

K.L. Poll -- Vreemd voorwerp & In Zweden

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
wat gedichten
dbnl









Vreemd voorwerp

Ik heb een diamant gevonden.
Geen priester weet het nog.
In Londen zei een juwelier:
wij hebben lenzen, geef maar hier;
ik dacht het wel, gezichtsbedrog.
Gewoon kristal. 't Is zonde.

Ik heb een diamant gevonden
bij een vulkaan in hoog gebergte.
In Leiden zei een geoloog:
ik geloof niet in mijn blote oog,
maar vrees voor u het ergste:
de vlakken zijn geschonden.

Ik heb een diamant gevonden
in het gras langs de beek.
In Limburg zei een boer: helaas,
het kinderoog is u de baas;
wij zien ze nooit in deze streek
waar vroeger zwijnen stonden.

Ik heb een diamant gevonden
met zevenduizend kleuren.
In Lemmer zei mijn metgezel:
ik zeker niet en jij weer wel,
dat laat ik niet gebeuren.
Zij sloeg. Ik lik mijn wonden.

Ik heb een diamant gevonden,
als een gezwel zo groot.
Een leugen, zei de specialist,
ik geloof dat u de pointe mist:
die lichte steen hoort bij de dood
en wij bij de gezonden.


*


In Zweden

1
Een meisjesstudent in Lund
stoot haar glas om.
De anderen praten door
alsof zij de gek in de familie
uit beleefdheid niet opmerken.

2
Ragnar Josephson dwaalt
hulpeloos levend
door verlaten zalen
van zijn museum voor ontstaande kunst.
Hij schrijft een opdracht in zijn boek met ezelsoren,
kan niet vinden wat hij zoekt,
bedankt de bezoeker
en ruikt naar een veilige dode oom.

3
Mij is verteld:
in het noorden van Zweden
denken de mensen alle dagen
zwijgend aan niets.


K.L. Poll (1927-1990)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zondag 15 juli 2018

Delphine Lecompte -- Vreemde vogelsonnet

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

interview
npe
enkele gedichten
youtube
poetry







•• In zijn sonnettenproject op Neerlandistiek.nl behandelt Marc van Oostendorp de ontwikkeling van de Nederlandse taal aan de hand van 196 (14x14) sonnetten. De laatste reeks van veertien is op speciaal verzoek door veertien dichteressen geschreven. Vandaag en de komende dertien maandagen kunt u steeds een van die sonnetten lezen in de Coster-mailing, inclusief beschouwing. Het tweede sonnet is van Delphine Lecompte. Het eerste was van Lieke Marsman.




Vreemde vogelsonnet

‘Kirrende makelaar gedraag je!’ Zeg ik streng in een cinemazaal
Er zit helaas niemand naast me, zelfs mijn moeder is blozend weggegaan
Ik geeuw en vraag me af of ik ooit een okapi zal aanraken
De film gaat over een Noorse scheephersteller en een tragische koorddanseres.

Op een brug wordt de koorddanseres gered, maar dan zit ik al op een terras
‘Frunnikende imker, beheers je!’ Sis ik ongeremd en luid
Een pelsjager met een bochel lacht me uit, zijn wreedheid deert me
Nog te vaak laat ik me ontmoedigen door boertige ploerten.

Ik zal dan maar verslagen zijn en huiswaarts keren
Daar kan ik tenminste boterhammen voor onbestaande narren smeren
En een grote vriendelijke diepvrieskreeft in mijn vulva introduceren.

Gelukkig kom ik de oude kruisboogschutter tegen, gelukkig heeft hij een paleis
Gelukkig stopt hij makrelen in mijn mond, gelukkig stopt hij als ik stop zeg
Gelukkig ben ik dapper genoeg om hem zijn Blauwbaardverleden te vergeven.


Delphine Lecompte (1978)


Over sommige dingen blijkt nog steeds nauwelijks geschreven te zijn. Delphine Lecomptes Vreemde vogelsonnet kun je lezen als een gedicht over een thema waarover nog maar weinig gedichten geschreven zijn: angst voor mannen. Het moet toch minstens even reëel zijn als de angst voor vrouwen, en je zou als je willekeurig welke cijfers over seksueel geweld bekijkt zelfs zeggen: reëler.

Toch is de vagina dentata een klassiek figuur in de Nederlandse letteren en de grote vriendelijke diepvrieskreeft niet. Gerrit Komrij schreef ooit een gedicht dat bijna een zustergedicht van het vreemde vogelsonnet is:
Du musst verstehn

Als kind vond je een puntenslijper ’t fijnst.
Ze waren ingebouwd onder in een poesje
Of zo. Dat vond je niet zo gauw.
Er zat een inktlap aan. Die moest je

Helpen als je vlekken had gemaakt.
Van kindsbeen af heb je ’n beeld behouden,
Dat, toen je eens verloren was geraakt
In een wild bos, een vrouw, wat ouder,

(Het kon een heks zijn) zo een van binnen
Ingebouwde slijper aan je gaf.
En zei: Van nu af aan zijn we vriendinnen.
En zei: Het zijn de dingen van je graf.

Gerrit Komrij
De parallellen tussen de twee gedichten – het feit dat er aan het eind een ontmoeting is met een oude vrouw of een oude man, die vriendelijk doet en misschien kwaad wil, het feit dat aan het eind wordt verwezen naar het graf of de kamer van Blauwbaard – zijn vermoedelijk toeval, maar ze springen in het oog. Misschien zeggen die parallellen iets over de structuur van de angst.

Lecompte staat bekend als een dichteres van breed uitwaaierende gedichten. Het sonnet is een vorm van beperkingen maar dit is een breed uitwaaierend sonnet, al is het voor Lecomptes doen enorm ingesnoerd. Er is geen metrum, er is niet overal rijm, de regels zijn eerder zinnen dan regels, maar er zijn heel veel klankeffecten en er is heel veel syntactische parallellie tussen de regels. Dat maakt het, vind ik, heel sterk.

Zoals veel van Lecomptes gedichten klinkt dit sonnet op het eerste gezicht vooral absurdistisch: de lange regels die rijmen op keren, smeren en introduceren zouden bijna door De Schoolmeester geschreven kunnen zijn, maar is het inhoudelijk eerder een nachtmerrie, waarin de ik praat tegen allerlei vreemde mannen zonder naam die ook uiteindelijk niet in de bioscoop blijken te zijn, de ik is eenzaam, zelfs haar moeder is weggelopen, en de ik heeft zich eigenlijk niet onder controle, en ze wordt de hele tijd belaagd. Door al dan niet reële mannen.

Er komen afgezien van de boertige ploerten en niet bestaande narren, vijf mannen in het gedicht voor en twee vrouwen: een moeder die ‘blozend’ is weggegaan, en een ‘tragische koorddanseres’ die ‘gered’ wordt, maar wel als de ik al op een terras zit. Van vrouwelijke solidariteit is weinig te merken.

Het is een nachtmerrie in veertien regels – het soort boze droom waaruit je ontwaakt, bijvoorbeeld in de nabijheid van ‘de oude boogschutter’, een terugkerende figuur in Lecomptes werk, en het echte leven ondanks de makreel even onheilspellend blijkt als de enge droom.

• Marc van Oostendorp







• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

J.W.F. Werumeus Buning -- Ballade van den boer

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
schrijversinfo
bwn








Ballade van den boer

Er stonden drie kruisen op Golgotha,
Maar de boer hij ploegde voort.
Magdalena, Maria, Veronica,
Maar de boer hij ploegde voort,
En toen zijn akker ten einde was,
Toen keerde de boer den ploeg
En hij knielde naast zijn ploeg in het gras,
En de boer, hij werd verhoord.

Zo menigeen had een schonen droom,
Maar de boer hij ploegde voort.
Thermopylae, Troja, Salamis,
Maar de boer hij ploegde voort.
Het jonge graan werd altijd groen,
De sterren altijd licht,
Gods woord streed in de wereld voort
En de boer heeft het gehoord.

Men heeft den boer zijn hof verbrand,
Zijn vrouw en os vermoord;
Dan spande de boer zichzelf voor den ploeg,
Maar de boer hij ploegde voort.
Napoleon ging de Alpen op
En hij zag den boer aan 't werk,
Hij ging voor Sint-Helena aan boord
En de boer hij ploegde voort.

En wie is er beter dan een boer,
Die van de wereld hoort,
En hij ploegt niet, wat er al geschiedt
Op dezen akker voort.
Zo menigeen lei den ploegstaart om,
En deed het werk niet voort,
Maar de leeuwerik zong hetzelfde lied,
En de boer hij ploegde voort.

Heer God! De boer lag in het gras,
Toen droomde hij dezen droom:
Dat er eindelijk een rustdag was
Naar apostel Johannes' woord.
En de kwaden gingen hem links voorbij
En de goeden rechts voorbij,
Maar de boer had zijn naam nog niet gehoord
En de boer hij ploegde voort.
Eerst toen de boer dien hemel zag
Zo vol van lichten schijn,
Toen spande hij zijn ploegpaard af,
En hij veegde het zweet van zijn voorhoofd af,
En hij knielde naast zijn stilstaand paard,
En hij wachtte op Gods woord.

Een stem sprak tot aarde, hemel en zee
En de boer heeft haar gehoord:
- ‘Terwille van den boer die ploegt
Besta de wereld voort!’


J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958)
uit: Negen balladen (1935)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster