zaterdag 23 juni 2018

J.J.A. Goeverneur -- Blinde verliefdheid

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
wat gedichten
kb










Blinde verliefdheid
Een gesprek

Ik: Och vriend, och laat u raden: zie af nog van die meid.
Hij: Dat is: zie af van t leven? Gij vergt geen kleinigheid.
Ik: Ze heeft een slecht karakter; vraag het aan iedereen!
Hij: Dat zij niet schoon zou wezen, hoorde ik nog van geen een.
Ik: Ze ziet met lachende oogen al, wie maar jong is, aan.
Hij: Dan doet zij als de sterren, die aan den hemel staan.
Ik: En stort ze al somtijds tranen, 't is valschheid en bedrog.
Hij: 'k Zag veel fonteinen springen, maar nimmer schooner nog.
Ik: Wat hare lippen spreken, is al boos overleg.
Hij: Nooit gingen booze woorden dan wel een schooner weg.
Ik: 't Is algemeen het zeggen: licht was ze eens, — en 't schijnt waar.
Hij: Ik draag haar op de handen, dan valt zij mij nooit zwaar.
Ik: Haar fraaie, blanke tandjes, zijn maaksel uit Parijs.
Hij: Staat 'elpenbeen' niet hooger dan 'menschenbeen' in prijs?
Ik: Men wil, ook niet natuurlijk, is op haar wangen 't rood.
Hij: Dan zal zij nooit verbleeken, en bloeit tot aan haar dood.
Ik: Maar, vriend, wil toch bedenken, ze heeft geen cent aan goed.
Hij: Liefde is de hoogste rijkdom; zij maakt ook de armoe zoet.
Ik: En voert zij de pantoffel — wat dan, o trouwe held?
Hij: Wil zij me als slaaf, dan ruim ik nog voor geen koning 't veld.
Ik: Voor eene uit lage klasse hebt ge u zoo diep gebukt?
Hij: Zij kan zoo laag niet wezen, die mij zoo hoog verrukt.
Ik: Neem haar dan voor den drommel! We zullen de uitkomst zien.
Hij: Is uit de preek dus? — Amen! Welnu het zal geschiên.


J.J.A. Goeverneur (1809-1889)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

vrijdag 22 juni 2018

Marcellus Emants -- Lilith

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
literatuurmuseum









• In het lange gedicht Lilith wordt eerste mens Adam verliefd op zijn moeder Lilith, die is verstoten door Jehova. Uiteindelijk keert Lilith terug bij Jehova, nadat zij bedongen heeft dat Adam een vrouw krijgt naar haar evenbeeld. In het onderstaande fragment vindt Adam Lilith slapend in de nacht na de eerste dag.



‘Wie is 't, die Lilith's heilge rust komt storen,
Wiens ruwe hand door 't schermend loover breekt?’

Zij spreekt.... is 't dan geen bloem wier geurige adem
Zijn bloed met zulk een snelheid stroomen doet?
Zij slaat haar oogen op en ziet hem aan....
Het is een mensch, een wezen hem gelijk,
Als hij ontwaakt tot leven, tot genieten!
Een doodlijk bleek verjaagt den diepen blos,
Die nog zoo even op zijn wangen gloeide,
Zijn hart klopt bang, hij voelt den drang ontwaken,
Zijn lippen op haar rozemond te drukken,
Zijn armen om dien blanken hals te strenglen,
En met haar zwarte haren borst aan borst
Zich aan dat heerlijk lichaam vasttesnoeren,
Tot eeuwge liefde en eeuwge zaligheid.
Een onweerstaanbre macht werpt hem ter aarde.
Hij buigt de slanke lelies uit elkander,
Die 't schoone lijf haar blankheid mededeelden,
Zijn hand glijdt over 't melkwit voorhoofd heen,
Zijn mond drinkt reeds den adem van haar lippen,
En 't klinkt weer zacht:
‘Heeft Adam Lilith lief?’
Nu vat hij stout de donkre lokken aan,
Waarin narcis en vuurge rozen gloeien....
Doch plotseling ontsnapt een kreet zijn borst,
Een scherpe doorn drong diep in 't vleesch hem door,
Hij trekt de hand terug.... 't is te laat.
Den bliksemflits gelijk, die blinkt en doodt,
Springt Lilith van haar bloemenbed omhoog.
‘Terug vermeetle’!
spreekt ze, en wijst hem af
Met blik en streng gebaar.
‘Terug die hand!
Ken uw vorstin, die van Jehova zelven,
In 't eeuwig licht de omarming mocht genieten.
Aanschouw haar glans, uit hemelglans gesproten,
En ken uw moeder, die naar de aard verbannen,
Jehova's kind in bitter barenswee
Het sterflijk leven schenken moest.’ -
Geknield
Blijft Adam roerloos aan haar voeten liggen.
Hij waagt het niet den blik omhoog te slaan,
Doch smeekend stamelen zijn lippen:
‘Moeder,
Ik heb u lief!’
‘Gij hebt mij lief, welnu
Rijs op, en wreek den smaad mij aangedaan!
Wreek haar, die eens des hemels koningin,
Thans is gehoond, bedrogen, diep vernederd! -
Op wolkendons lag aan Jehova's zijde
In de armen van den slaap zijn Lilith neer.
Haar donker oog hield zonnegloed geloken,
Waaruit zijn wil haar 't godlijk aanzijn schonk,
En op haar schoonheid, dierbaar aan zijn hart,
Bleef liefdevol des vaders blik gevestigd.
Geen bange droom lag loodzwaar op dien sluimer,
Geen bittre nijd, geen smart, geen staag begeeren
Doorknaagden 't hart van schuld nog onbewust.
Des vredes kus rustte op haar maagdlijk voorhoofd,
Des hemels heilig zwijgen in haar oor.
Toen heerschte er liefde in 't koninkrijk der heemlen,
En had geen schelle kreet van fellen haat,
De zoete rust der eeuwigheid verbroken. -
Wee, driewerf wee, dat Lilith moest ontwaken!
Hij, dien gij vader, koning noemt, bezweek
Voor 't vuur der1) lust, dat in zijn borst ontvlamde.
Zijn hoofd zonk neer, zijn lippen drukten zacht
Een kus mij op den mond.... ik was ontwaakt. -
Toen zag voor 't eerst mijn oog des hemels pracht,
En 't werd verblind door zooveel glans en schoonheid.
Toen trof voor 't eerst mijn oor der englen lied,
En 't werd verdoofd door zulk een juichgeschal.
Doch op zijn troon hief God mij naast zich op.
Een gouden zonnestraal als diadeem
Sloeg hij met eigen hand mij om de slapen,
De morgenster hield op mijn voorhoofd stil.
Ootmoedig bogen de englen voor mij neder,
En Lilith heerschte als hemelskoningin. -
O! korte waan, waar zijt ge heengevloden?
Wee, koningin, hoe spoedig taande uw glans!
Jehova's kus lag brandend op mijn lippen,
Mijn borst doorgolfde een wilde vlammenzee,
Een drang naar ongekende zaligheid
Verteerde de gedachten in mijn brein.
Het klare licht verduisterde in mijn oogen.
Met diepen nacht werd Lilith's ziel omgeven,
En in Jehova's armen zonk zij neer,
Bezinningloos, maar 't hart van liefde dronken. -
Wee, korte lust, u moest ik vreeslijk boeten!
O! koning, die mij wekte met uw kus,
Die aan uw zij tot koningin mij kroonde,
Wat heb ik u, wat aan uw rijk misdreven,
Dat zulk een straf en zulk een hoon verdient?
“Voort!” klonk uw stem vol afschuw en verachting,
“Geen plaats is in des hemels ruime zalen
Voor Lilith en de vruchten van haar schoot!
Zij derve in eeuwigheid der eeuwgen vrede,
En boete in eenzaamheid haar wilde drift!
Wat uit haar spruit, het zij met haar veroordeeld,
Verbannen uit het rijk van liefde en rust”! -
Geen oog had ooit voorheen uw toorn aanschouwd.
Het englenheir zweeg vol ontzetting stil,
Een siddring liep door de eindelooze ruimte. -
Toen scheurde 't glanzig wolktapijt vaneen,
En in des afgronds onafzienbren nacht
Viel Lilith neer. - Daar baarde ik u, mijn zoon,
Daar schonk ik al wat is het korte leven,
En van den glans, die eens mijn hoofd omgaf,
Bleef slechts een vonk hoog aan den hemel stralen,
Die van mijn val en van uw vorstlijke afkomst
Tot onuitwischbaar teeken moge zijn.
Rijs op dus, kind naar 't godlijk beeld geschapen,
Doch met uw moeder van Gods zij verjaagd!
Weerstreef de hand, die Lilith deed ontwaken,
Die uit den slaap het lijden heeft gewekt!
Verwoest deze aarde, doof den zonnegloed,
Verdelg den hof tot kerker u gewezen!
Hij zij gevloekt, wiens zwakke lust u schiep
Tot kort geluk den wissen dood voor oogen!
Gevloekt zijn macht, zijn glans, zijn englenscharen!
Gevloekt de levensvonk, die in uw borst
Slechts om zich zelf te dooven moest ontgloeien!
Omhoog den blik gericht, daar is uw plaats! -
Waar uit den bloemkelk stargeflonker spruit
Verrijst uw troon van gouden zonnestralen.
Daar blinkt uw kroon op 't hoofd des ongerechten,
Daar rust uw schepter in zijn wreede hand,
En 't lied, dat ruischt door de ongemeten zalen,
Sluit daar het oog tot eeuwig zoeten slaap.
Op! zoon des lichts, verbreek uw slaven-boeien!
Werp van zijn hoogen zetel den tiran,
Geef aan mijn ziel des hemels vrede weder,
En heersch in eeuwigheid aan Lilith's zij!’


Marcellus Emants (1848-1923)
uit: Lilith (1879)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 20 juni 2018

Tippy Verbrugh -- Elfjes & Grafbloem

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

google
delpher











Elfjes

Weet je wel wat elfjes zijn?
Elfjes zijn gedachten.
Zij ontwaken wonderrein,
In de stille nachten.

Weet je wel hoe ze ontstaan,
En wanneer zij komen?
Bij het held're licht der maan
En in wond're droomen.

Waar zij wonen? In de ziel,
En in zachte oogen.
Schier onzichtbaar, te subtiel
Zijn zij snel vervlogen.

Je gelooft mij niet misschien?
Want je lacht verholen.
Heb je ze dan nooit gezien,
Achter smart verscholen?


*


Grafbloem

Er is een bloem, die is mij 't liefste,
Zij is niet schoon, zij geurt niet zacht,
De teere blaadjes hangen neder,
En zien niet dat het zonlicht lacht.

Daar bloeien bloemen vol van kleuren,
Daar prijken rozen rein en blank,
Daar geurt het blauwe boschviooltje,
En wiegt de lelie, wonderrank.

Maar toch, het kleine doode bloempje,
Dat houd ik vast aan 't hart gedrukt.
Dit is mij 't liefst — Ik heb het eenmaal
Zacht van een grafkrans afgeplukt.


Tippy Verbrugh (?-?)
uit: Wilde bloemen (1932)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

dinsdag 19 juni 2018

Abonneren

Abonnee worden van de dagelijkse Coster-gedichten kan hier. Of stuur een mail naar eon@planet.nl

Geert van Istendael -- Weidepaal & Veebel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
schrijversgewijs
leestafel









Weidepaal

Blank hout kan. Schors mag. Gepunt, altijd.
Hij zal de grond in. Eerst het voorgat boren.
Water over plenzen. Slijk, dat glijdt.
En laat nu voorhamers maar vrolijk bonken.
Alleen van arbeid komt standvastigheid.

Draad bakent later af. Nog rijzen twijfels.
Spijkert zijn spits de juiste grenslijn vast?
Voelt mijn en dijn zich hier niet aangetast?


*


Veebel

Schor. Aardewerk dat breekt, verbruikt, versleten.
Veel scherven na en door elkaar, een spraak
door vee gestuurd al doende. Stappen, eten.
Heuvel en berg weerkaatsen tegenspraak,
de galm, de tik behoeden voor vergeten.

Geen geit of koebeest mag verloren gaan,
door waterval of boomkruin overstemd.
Kras op het ruisen. Luister. Melk die stremt.


Geert van Istendael (1947)
uit: Negenentwintig dingen en één afscheidszang (2018)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Paul Snoek -- Een reus & Leven op de aarde

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
muurgedicht
leestafel
npe








Een reus

Een reus kent zichzelf.
Hij zoekt een meisje zoet als een konijn
om weg te goochelen in en uit
de grote hoed van zijn hart.

Maar een reus is te hoog voor een meisje
en zij te blauw van onderdanigheid.

Het ras der reuzen sterft uit. Spijtig,
want hij kan zijn ogen openrekken
als spek en zijn spieren als slangen
doen spelen tot vervelens toe.

Een reus is op ijskreem verlekkerd
en op honing van dikke hommels,
die de longen van de rots doen brommen
als dwergen in een waterdichte kerker.

Een reus weet wat hij wil.


*


Leven op de aarde

Zand in de armen van alle andere zand
gedragen door het wachtend liggen der
woestijnen. Sombere stilte van planten
bijna altijd drijvend. Het levensgeheim
van de nevel en het steeds zegenend water
voedzaam uit de borsten van de hele regen.

De huid van de meren. De vervellende zee
en ijzer geplooid naar de wil van de bergen.
De duivelse rust van de loutere wouden,
diep dromend aan de bronnen van hun schaduw.
De orde tenslotte van alles, dat leeft in
de weelde van zonder woorden te spreken.

En dan de mens, die moe begon te eten van
de lucht, vuur uitvond en steen tot steen
bewerkte, de zee betrad maar zonder vleugels
niet naakt kon zijn en goden opriep willoos
om nog eenzamer, gedwee de wonde te ontdekken
dat de dood, de oudste zonde is van de aarde.


Paul Snoek (1933–1981)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zondag 17 juni 2018

Leo Hermens -- Over het gewaagde & Over het persoonlijke

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

website
athenaeum
atlascontact










Over het gewaagde

Is liefde niet een heel dorp
dat gebarentaal leert voor één dove dorpeling
en zijn wij niet alle mensen die daar wonen?

Vind je niet dat ik zeggen evenveel reden is
de hand als vingerwijzing op het eigen borstbeen te leggen
als hem te richten op een ander

en dat om een ander thuis te brengen je zal moeten
vlooien snuffelen wroeten en luisteren aan de borst
wie daar bonst en buiten wil?

Ja ja ja en nog eens.


*


Over het persoonlijke

Met Marianne in de rij bedankte ik de buurman
voor een oogopener over eigenheid toen hij zei
ik herkende je niet met een ongebruikelijke vrouw.
Op de supermarktradio rapte een man. Rapte wat je niet
doodt maakt je sterker en rijmde het met harde werker
en ik wist ruis verschilt niet van signaal.
Mensen zijn dezelfde warmte omgezet in ander werk.

De een bedaart door driemaal daags
herhalen van aanslagen op toetsen zodat het lijkt
of het druppelt dan stort en dan stilt.
De ander gromfluit boventonen en bezweert in een roes
van gistende paardenmelk boze geesten.
Weer een leegt het volle karretje en vult het lege.
Ik was de miljoenste en kreeg bloemen.


Leo Hermens (1961)
uit: De zoete versie (2018)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster