dinsdag 17 juli 2018

Ingmar Heytze & Catharina Blaauwendraad

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



Catharina Blaauwendraad
Ingmar Heytze


• Zo’n 70 jaar geleden schreef C. Buddingh’ zijn eerste gorgelrijm, 'De blauwbilgorgel’. Ter gelegenheid van zijn 100ste verjaardag verscheen bij uitgeverij Liverse een verzamelbundel, met daarin gorgelrijmen van een kleine veertig dichters. Hieronder twee gedichten daaruit, van Catharina Blaauwendraad en Ingmar Heytze. Plus de originele ‘Blauwbilgorgel’.





De grijsgevlekte workeldiertjes

De grijsgevlekte workeldiertjes
komen verdrietig uit het ei.
Ze kruipen naar hun zavekiertjes
en zorken daar neerslachtig bij.

Ze zijn nog jong maar weten wis en
waarachtig welke domp hun wacht:
Ze horen reeds het noodlot sissen
als gavelslangen in de nacht.

Te huiverig om hard te huilen
versnalken zij daar in hun hoek

en weten: in een zavekiertje
ontvangt men nimmer blij bezoek.


Catharina Blaauwendraad (1965)


*


Grammelalmanak

Mijn zolder heeft een muffe hoek
waar strint en gruifdier woekeren.
Daar ligt mijn grammelalmanak.
Ik mag er graag in koekeren.

Geen dag is zonder ongeluk,
maar in mijn grammelalmanak
staat alle grammel die ik zoek.
Dat maakt het leven daarglijk.

De plaatjes sla ik over, want
daar lig ik meestal wakker van
en dat is onbehaaglijk;

koop liever,l als het even kan,
de niet-geïllustreerde druk.
Raban! Raban! Raban!


Ingmar Heytze (1970)


*


De blauwbilgorgel

Ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel,
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind'ren van.
Raban! Raban! Raban!

Ik ben een blauwbilgorgel
Ik lust alleen maar korgel,
Behalve als de nachtuil krijst,
Dan eet ik riep en rimmelrijst.
Rabijst! Rabijst! Rabijst!

Ik ben een blauwbilgorgel,
Als ik niet wok of worgel,
Dan lig ik languit in de zon
En knoester met mijn knezidon.
Rabon! Rabon! Rabon!

Ik ben een blauwbilgorgel
Eens sterf ik aan de schorgel,
En schrompel als een kriks ineen
En word een blauwe kiezelsteen.
Ga heen! Ga heen! Ga heen!


C. Buddingh' (1918-1985)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

maandag 16 juli 2018

K.L. Poll -- Vreemd voorwerp & In Zweden

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
wat gedichten
dbnl









Vreemd voorwerp

Ik heb een diamant gevonden.
Geen priester weet het nog.
In Londen zei een juwelier:
wij hebben lenzen, geef maar hier;
ik dacht het wel, gezichtsbedrog.
Gewoon kristal. 't Is zonde.

Ik heb een diamant gevonden
bij een vulkaan in hoog gebergte.
In Leiden zei een geoloog:
ik geloof niet in mijn blote oog,
maar vrees voor u het ergste:
de vlakken zijn geschonden.

Ik heb een diamant gevonden
in het gras langs de beek.
In Limburg zei een boer: helaas,
het kinderoog is u de baas;
wij zien ze nooit in deze streek
waar vroeger zwijnen stonden.

Ik heb een diamant gevonden
met zevenduizend kleuren.
In Lemmer zei mijn metgezel:
ik zeker niet en jij weer wel,
dat laat ik niet gebeuren.
Zij sloeg. Ik lik mijn wonden.

Ik heb een diamant gevonden,
als een gezwel zo groot.
Een leugen, zei de specialist,
ik geloof dat u de pointe mist:
die lichte steen hoort bij de dood
en wij bij de gezonden.


*


In Zweden

1
Een meisjesstudent in Lund
stoot haar glas om.
De anderen praten door
alsof zij de gek in de familie
uit beleefdheid niet opmerken.

2
Ragnar Josephson dwaalt
hulpeloos levend
door verlaten zalen
van zijn museum voor ontstaande kunst.
Hij schrijft een opdracht in zijn boek met ezelsoren,
kan niet vinden wat hij zoekt,
bedankt de bezoeker
en ruikt naar een veilige dode oom.

3
Mij is verteld:
in het noorden van Zweden
denken de mensen alle dagen
zwijgend aan niets.


K.L. Poll (1927-1990)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zondag 15 juli 2018

Delphine Lecompte -- Vreemde vogelsonnet

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

interview
npe
enkele gedichten
youtube
poetry







•• In zijn sonnettenproject op Neerlandistiek.nl behandelt Marc van Oostendorp de ontwikkeling van de Nederlandse taal aan de hand van 196 (14x14) sonnetten. De laatste reeks van veertien is op speciaal verzoek door veertien dichteressen geschreven. Vandaag en de komende dertien maandagen kunt u steeds een van die sonnetten lezen in de Coster-mailing, inclusief beschouwing. Het tweede sonnet is van Delphine Lecompte. Het eerste was van Lieke Marsman.




Vreemde vogelsonnet

‘Kirrende makelaar gedraag je!’ Zeg ik streng in een cinemazaal
Er zit helaas niemand naast me, zelfs mijn moeder is blozend weggegaan
Ik geeuw en vraag me af of ik ooit een okapi zal aanraken
De film gaat over een Noorse scheephersteller en een tragische koorddanseres.

Op een brug wordt de koorddanseres gered, maar dan zit ik al op een terras
‘Frunnikende imker, beheers je!’ Sis ik ongeremd en luid
Een pelsjager met een bochel lacht me uit, zijn wreedheid deert me
Nog te vaak laat ik me ontmoedigen door boertige ploerten.

Ik zal dan maar verslagen zijn en huiswaarts keren
Daar kan ik tenminste boterhammen voor onbestaande narren smeren
En een grote vriendelijke diepvrieskreeft in mijn vulva introduceren.

Gelukkig kom ik de oude kruisboogschutter tegen, gelukkig heeft hij een paleis
Gelukkig stopt hij makrelen in mijn mond, gelukkig stopt hij als ik stop zeg
Gelukkig ben ik dapper genoeg om hem zijn Blauwbaardverleden te vergeven.


Delphine Lecompte (1978)


Over sommige dingen blijkt nog steeds nauwelijks geschreven te zijn. Delphine Lecomptes Vreemde vogelsonnet kun je lezen als een gedicht over een thema waarover nog maar weinig gedichten geschreven zijn: angst voor mannen. Het moet toch minstens even reëel zijn als de angst voor vrouwen, en je zou als je willekeurig welke cijfers over seksueel geweld bekijkt zelfs zeggen: reëler.

Toch is de vagina dentata een klassiek figuur in de Nederlandse letteren en de grote vriendelijke diepvrieskreeft niet. Gerrit Komrij schreef ooit een gedicht dat bijna een zustergedicht van het vreemde vogelsonnet is:
Du musst verstehn

Als kind vond je een puntenslijper ’t fijnst.
Ze waren ingebouwd onder in een poesje
Of zo. Dat vond je niet zo gauw.
Er zat een inktlap aan. Die moest je

Helpen als je vlekken had gemaakt.
Van kindsbeen af heb je ’n beeld behouden,
Dat, toen je eens verloren was geraakt
In een wild bos, een vrouw, wat ouder,

(Het kon een heks zijn) zo een van binnen
Ingebouwde slijper aan je gaf.
En zei: Van nu af aan zijn we vriendinnen.
En zei: Het zijn de dingen van je graf.

Gerrit Komrij
De parallellen tussen de twee gedichten – het feit dat er aan het eind een ontmoeting is met een oude vrouw of een oude man, die vriendelijk doet en misschien kwaad wil, het feit dat aan het eind wordt verwezen naar het graf of de kamer van Blauwbaard – zijn vermoedelijk toeval, maar ze springen in het oog. Misschien zeggen die parallellen iets over de structuur van de angst.

Lecompte staat bekend als een dichteres van breed uitwaaierende gedichten. Het sonnet is een vorm van beperkingen maar dit is een breed uitwaaierend sonnet, al is het voor Lecomptes doen enorm ingesnoerd. Er is geen metrum, er is niet overal rijm, de regels zijn eerder zinnen dan regels, maar er zijn heel veel klankeffecten en er is heel veel syntactische parallellie tussen de regels. Dat maakt het, vind ik, heel sterk.

Zoals veel van Lecomptes gedichten klinkt dit sonnet op het eerste gezicht vooral absurdistisch: de lange regels die rijmen op keren, smeren en introduceren zouden bijna door De Schoolmeester geschreven kunnen zijn, maar is het inhoudelijk eerder een nachtmerrie, waarin de ik praat tegen allerlei vreemde mannen zonder naam die ook uiteindelijk niet in de bioscoop blijken te zijn, de ik is eenzaam, zelfs haar moeder is weggelopen, en de ik heeft zich eigenlijk niet onder controle, en ze wordt de hele tijd belaagd. Door al dan niet reële mannen.

Er komen afgezien van de boertige ploerten en niet bestaande narren, vijf mannen in het gedicht voor en twee vrouwen: een moeder die ‘blozend’ is weggegaan, en een ‘tragische koorddanseres’ die ‘gered’ wordt, maar wel als de ik al op een terras zit. Van vrouwelijke solidariteit is weinig te merken.

Het is een nachtmerrie in veertien regels – het soort boze droom waaruit je ontwaakt, bijvoorbeeld in de nabijheid van ‘de oude boogschutter’, een terugkerende figuur in Lecomptes werk, en het echte leven ondanks de makreel even onheilspellend blijkt als de enge droom.

• Marc van Oostendorp







• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Abonneren


Het cv van het Laurens jz. Coster-project.

• Abonnee worden van de dagelijkse Coster-gedichten kan hier. Of stuur een mail naar eon@planet.nl

J.W.F. Werumeus Buning -- Ballade van den boer

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
schrijversinfo
bwn








Ballade van den boer

Er stonden drie kruisen op Golgotha,
Maar de boer hij ploegde voort.
Magdalena, Maria, Veronica,
Maar de boer hij ploegde voort,
En toen zijn akker ten einde was,
Toen keerde de boer den ploeg
En hij knielde naast zijn ploeg in het gras,
En de boer, hij werd verhoord.

Zo menigeen had een schonen droom,
Maar de boer hij ploegde voort.
Thermopylae, Troja, Salamis,
Maar de boer hij ploegde voort.
Het jonge graan werd altijd groen,
De sterren altijd licht,
Gods woord streed in de wereld voort
En de boer heeft het gehoord.

Men heeft den boer zijn hof verbrand,
Zijn vrouw en os vermoord;
Dan spande de boer zichzelf voor den ploeg,
Maar de boer hij ploegde voort.
Napoleon ging de Alpen op
En hij zag den boer aan 't werk,
Hij ging voor Sint-Helena aan boord
En de boer hij ploegde voort.

En wie is er beter dan een boer,
Die van de wereld hoort,
En hij ploegt niet, wat er al geschiedt
Op dezen akker voort.
Zo menigeen lei den ploegstaart om,
En deed het werk niet voort,
Maar de leeuwerik zong hetzelfde lied,
En de boer hij ploegde voort.

Heer God! De boer lag in het gras,
Toen droomde hij dezen droom:
Dat er eindelijk een rustdag was
Naar apostel Johannes' woord.
En de kwaden gingen hem links voorbij
En de goeden rechts voorbij,
Maar de boer had zijn naam nog niet gehoord
En de boer hij ploegde voort.
Eerst toen de boer dien hemel zag
Zo vol van lichten schijn,
Toen spande hij zijn ploegpaard af,
En hij veegde het zweet van zijn voorhoofd af,
En hij knielde naast zijn stilstaand paard,
En hij wachtte op Gods woord.

Een stem sprak tot aarde, hemel en zee
En de boer heeft haar gehoord:
- ‘Terwille van den boer die ploegt
Besta de wereld voort!’


J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958)
uit: Negen balladen (1935)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zaterdag 14 juli 2018

Jan H. de Groot -- De ballade der vierduizend Friezen

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

biografie
dbnl
schrijversinfo
christelijke encyclopedie









De ballade der vierduizend Friezen

Vierduizend friezen stonden aan den Rijn
tegen honderdduizend Fransozen.
En het aantal, dat er nog meer moest zijn,
ging wel vijfmaal dat der Friezen te boven.

Vierduizend Friezen wachtten aan de Rijn
onder bevel van drie Hollandsche luiten.
zij lagen bij Lobith onder een Hollandsch kapitein
om den opmars der Franschen te stuiten.

De Fransozen marcheerden op aan den Rijn
want Wezel was al gevallen
en Holland zou gansch verloren zijn,
als bij Lobith niet lagen de wallen.

Als bij Lobith de Friezen niet hielden de wacht,
onder een Hollandsch kaptein en drie luiten,
met ’t bevel van den Prins om de legermacht
der Franschen bij Lobith te stuiten.

Met ’t bevel van den Prins, tot den lesten man
de macht der Fransozen te stuiten.
En vierduizend Friezen zijn nimmer bang
onder een Hollands kapitein en drie luiten.

Want vrijheid, dat is zulk een kostbaar goed
en dat wordt maar zoo zelden gevonden,
daarvoor geven Friezen hun hartebloed
met een lach op hun stugge monden.

Vierduizend friezen stonden aan den Rijn,
tegen honderdduizend Fransozen.
En het aantal, dat er nog meer moesten zijn
ging wel vijfmaal dat der Friezen te boven.

Jan Petersen was een valsche boer,
die heeft aan de Franschen verraden
de plek bij de Tol, waar men overvoer
en het water der Rijn kon doorwaden.

Jan Petersen was een valsche boer,
die werd door de Friezen gevangen.
Jan Petersen werd als Jan Toereloer
aan den hoogsten boom opgehangen.

Toen trokken de Franschen het water in.
Hun koning stond op de kade.
Hij sloeg van den wal het tochtbegin
van zijn machtige legers gade.

En naast hem keken zijn maarschalken toe.
Condé, Luxembourg en Turenne,
die zagen met angst in hun lijven hoe
de Franschman aan water moest wennen.

En aan vuur, want Friezen mogen er zijn.
En een Hollandsch kaptein weet van wanten.
Hoeveel Franschen vielen daar aan den Rijn?
Hoeveel bloed vloeide daar van de kanten?

Hoveel eed'len verloren den grond in den Rijn?
En hun trots en hun lief en hun leven?
Maar van vierduizend Friezen onder 'n Hollandsch kaptein
zijn er veel in dien strijd gebleven.

Want vierduizend Friezen onder 'n Hollandsch kaptein
hadden 't bevel van Oranje gekregen:
Gij houdt bij het Lobither Tolhuis ter Rijn
den Fransoos, tot den lesten man, tegen.

Van de morgenzon tot het avondrood
hebben vierduizend Friezen gestreden.
Het water bij lobith was purperrood.
Zoo hebben de Fransen geleden.

En maarschalk Condé kreeg een schot in zijn arm,
Hij kon 't 'En Avant' niet meer geven.
Hij heeft met het Hollandsche lood in zijn arm,
op den rand van den dood gelegen.

Van de avondzon tot het morgenrood
viel bij Lobith een kogelregen.
En vierduizend Friezen bevochten den dood,
tot de leste Fries was gebleven.

Want vierduizend Friezen en een Hollandsch kapitein
hadden 't bevel van Oranje gekregen:
Gij houdt voor de vrijheid van ’t land aan den Rijn
de Fransoos, tot den lesten man, tegen.


Jan H. de Groot (1901-1990)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

vrijdag 13 juli 2018

H.A. Gomperts -- twee gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

dbnl
libertinage
wikipedia
meander klassiekers
in memoriam
nog een gedicht








Laat ons op de lenteheuvel
onder manen, Mardemiël,
die soms drijven en soms stranden
op ons wolkenzacht gekeuvel,
- en je hoofd in deze handen -
spelen ons mysterie-spel.

Nu de meidoorn staat te bloeien
en de avond is zo groot,
nu wij zacht elkander kussen,
gaan ginds: honden, paarden, koeien,
hier: de dieren, die zijn tussen
ons en onze heuvel, dood.

En straks slapen op de helling,
samen op de bloemenbaar,
om verlost van alle woorden
en hun traag verfijnde kwelling
weer bereid te zijn tot moorden,
in de eerste plaats: elkaar.

Laat ons op de lenteheuvel
onder wolken, Mardemiël,
die met maanverlichte randen
drijven boven ons gekeuvel,
met de dood in onze handen
strelen zacht elkanders vel.)


*


Côte d’Azur

Onder een hemel van damast
tussen zwanen en dolfijnen
op een blauw-satijnen kleed
komt de wind zich presenteren.
Het is goed in zee te zwemmen,
want de zee heeft zachte handen,
in een bad van schuimballonnen,
duizend druppels, duizend zonnen.
Op de planken en de stenen
van het grint en sintelstrand
dansen klossen en sandalen,
splinters, stokken, kreeften, torren,
zilte krekels en kadavers.

Langs de plinten van de hemel
liggen met opalen ogen
zevenduizend zeemeerminnen
in een krans om alle zeeën
en van transen en trapezen
kijken dwergen en konijnen,
kattenkrengen, kolenkitten
op het zomers zoete neer.

Zwaluwen en zevelingen
zijn gezanten van de zee
en zij lijden in de wouden,
in de parken van platanen,
langs de zomen van de heuvels
aan de gasten, mensebeesten,
als een onderhuidse jeuk.


H.A. Gomperts (1915-1998)
uit: Dingtaal (1947)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

donderdag 12 juli 2018

Jan Hanlo -- drie gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

dbnl
wat gedichten
wikipedia
graf
in carré








Hond met bijnaam Knak

God, zegen Knak
Hij is nu dood
Zijn tong, verhemelte, was rood
Toen was het wit
Toen was hij dood
God, zegen Knak

Hij was een hond
Zijn naam was Knak
Maar in zijn hondenlichaam stak
Een beste ziel
Een verre tak
Een oud verbond
God, zegen Knak


*


Sonnet

goeden nacht mandarijn
uw gouden mantel werd vandaag gebracht
en ook de blauwe van uw schoonzoon
en de witte van uw jongste dochter

het papaverveld is voor de helft omgeploegd
de witte hond heeft eindelijk wat gegeten
rijst en pindaboter, maar hij wacht nog
op de naam die hij zal dragen

in kwangsi heeft het zwaar geregend
er was een hevig onweer en daarna heeft
het zwaar en lang geregend

in de wilgenbomen zweefde vanmorgen een geest
en de paarden van de keizer zijn verzonden
de zeven paarden zijn vertrokken in twee wagens


*


Op het kerkhof

Ik zou hier wel gelukkig zijn
om zomer en om zonneschijn
wanneer ik jonger was – en niet
te vol was van te veel verdriet

Maar als ik jong was en nog klein
dan zou ’k hier niet gekomen zijn
want kinderen waarderen niet
de stilte van dit vreemd gebied

Hier lijkt de zon hun minder fijn
en angstigheid is in hun brein
voor ’t open graf waar ’t soms geschiedt
dat men er oude beenderen ziet

Maar ’k zou hier nu gelukkig zijn
om vlinders en om zonneschijn
wanneer ik anders was – en niet
te vol was van te veel verdriet


Jan Hanlo (1912-1969)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 11 juli 2018

Bert Voeten -- twee gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
schrijversinfo
dichterschap








Herfst in Amsterdam

Langs grijze gevels aan de Herengracht
begint de avond aarzelend te dalen
op lijstwerk - waar in steen een neger lacht -
op luifel, stoep en blauwgranieten palen.

Onder de weemoed der oktober-bomen,
wier kruinen zachtjes praten met elkaar,
staan karrepaarden voor zich uit te dromen.
Dicht aan de huizen gaat een wandelaar.

En op het water sluimeren de schuiten.
Geen enkele schipper die een blik besteedt
aan het gebroken licht dat wegzinkt uit de ruiten.
Onder de bruggen ligt de nacht gereed.


*


Sonnet voor Solaria (VI)

De nacht rijst koud en blinkend in de ramen;
de kaarsvlam flakkert, poover gloeit het vuur.
Ik hoor mijn kamer langzaam ademhalen,
haar zwakken hartslag tampen aan den muur.

Ik weet je ver en in dit eenzaam uur
gaan andere oogen langs je lichaam dwalen.
- Maar ook de weemoed sluit zich op den duur;
men kan niet lang bij het verleden dralen.

Ik vind het veel wat mij nog is gebleven:
papieren, glanzend in den kaarsenschijn,
de kleine verzen van ons samenzijn
die ik vanavond haast heb afgeschreven.
- Is het niet beter zoo, weer met den wijn
en met de slanke muze saam te leven?


Bert Voeten (1918-1992)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

dinsdag 10 juli 2018

Hendrik de Vries -- Ziek en moe

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
groninger museum
rawie leest de vries








Ziek en moe ...

Ziek en moe naar mijn bedje gebracht,
Schrok ik wakker, diep in de nacht,
Nam van de tafel 't lampje in de hand,
Zette 't weer weg: 't was al uitgebrand;
Liep naar beneden, door niemand gezien.

Waar ik bij dag soms gasten bedien,
Schalen en schotels aan moet reiken,
Zitten zwarten die roovers of duivels lijken,
Poken, rakelen en rumoeren,
Schuiven gerei op geboende vloeren.

Dan wordt het stil; het gaat buiten sneeuwen.
Als ik dorst fluisteren, gillen of schreeuwen,
Zouden de wolven, beren, tijgers en leeuwen
Die voor de trap liggen te loeren
Zich zeker verroeren.


Hendrik de Vries (1896-1989)
uit: Toovertuin (1948)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

maandag 9 juli 2018

Lieke Marsman -- We verdampen

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

website
atlascontact
vn
wikipedia








•• In zijn sonnettenproject op Neerlandistiek.nl behandelde Marc van Oostendorp de ontwikkeling van de Nederlandse taal aan de hand van 196 (14x14) sonnetten. De laatste reeks van veertien is op speciaal verzoek door veertien dichteressen geschreven. Vandaag en de komende dertien maandagen kunt u steeds een van die sonnetten lezen in de Coster-mailing, inclusief beschouwing. Het eerste sonnet is van Lieke Marsman.


We verdampen

Het zijn rare tijden, jaargetijden
veranderen en vermijden een confrontatie
met vakantie.

Je pruttelt wat mee met lichamen
die druipen, ijlen, kwijlen, schijten.
Een koor in mineur, dat zachtjes brult:

Je lijf is ziek, maar je wordt beter, het zal slijten.
Je zult stiller in het gras liggen en slanker,
uitgemergeld chique bezoek ontvangen. Maar kanker
heeft geen kalender, dus heb geduld.

We verdampen tot we condenseren
en ook rampen zijn gemaakt van feiten.
Je hoeft ze er alleen maar uit te destilleren.
Je wordt beter. Het zal slijten.


Lieke Marsman (1990)


Dit is een sonnet dat zichzelf bezweert om orde uit de chaos te scheppen. Het staat om te beginnen al op zijn kop: er zijn niet eerst twee kwatrijnen en dan twee terzinen, nee, de terzinen gaan vooraf aan de kwatrijnen. En dan wordt het qua vorm ook steeds regelmatiger. De eerste drie regels zijn nog vol onrust, regels van ongelijke lengte, enorm dreunend middenrijm van allerlei woorden die rijmen op lijden zonder dat dit woord zélf genoemd wordt. De laatste regels vormen een bijna volomen regelmatig kwatrijn, met een rijmschema en de allerlaatste regel kun je lezen als vier trocheeën.

Maar vooral de inhoud is een en al bezwering van de paniek. “Je wordt beter” zegt de ik twee keer tegen iemand van wie je eigenlijk niet beter kunt bedenken dan dat die iemand ook weer de ik is, met datzelfde zieke lijf. Het gaat goed komen – een vakantie zit er misschien niet in; ziekenbezoek wordt chique bezoek dat zelf uitgemergeld raakt, terwijl de zieke alleen maar slanker wordt van de kanker.

En uiteindelijk zal wat nu verdampt is ook weer condenseren. Als je je maar bij de feiten houdt – een klassiek stoïcijnse gedachte. Stoïcijnen lijken altijd populair in tijden van grote chaos en onzekerheid, met hun vastberadenheid en hun ratio. Ze worden dus nu populairder. Bij Marsman krijgt de gedachte de vorm van de natuurwetenschappen, als je de feiten maar weet te ‘destilleren’ uit het condensaat, komt het allemaal goed. Zoals de vorm van het sonnet steeds strakker wordt, zo wordt ook het koor dat “zachtjes brult” steeds vastbeslotener.

Lieke Marsman, de dichteres, worstelt zelf met kanker, daar maakt ze geen geheim van. Maar zij gaat dat niet verliezen. Ze wordt beter.

• Marc van Oostendorp







 • Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zaterdag 7 juli 2018

J. Eijkelboom -- Borborygmes

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
leestafel
dbnl
regionaal archief dordrecht
recensie








Borborygmes

Mijlen leg ik soms af
snachts in dit grote huis,
sluipend om niemand te storen
als ging ik uit roven en moorden
terwijl ik integendeel vlucht
voor wat zich zo geducht voordoet
in nissen, achter ramen,
het meest nog in mijn hoofd
dat maar niet thuis wil raken.

Soms blijf ik doodstil staan,
luisterend naar de schijf
die wentelt in de meterkast,
de borborygmes van mijn darmen,
tot ik terugkeer naar de warme
keuken, waar ik nog stiller stap
om de vier katten niet te storen.
Toch komt er een naar voren,
rekt zich en loopt met hoge staart
mijn broekspijp tegemoet.
Ik noem heel zacht zijn naam,
hij antwoordt met gespin.
Ik ben bevrijd, laat hém de nanacht in.


J. Eijkelboom (1926-2008)
uit: Wat blijft komt nooit terug (1979)






• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

vrijdag 6 juli 2018

Hubert Gregorius van Vrijhof -- Op de kat van Laura

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

uva
dbnl
verzameld dichtwerk









• Toelichting onderaan.


Op de kat van Laura

My lust maegt Laurae’s kat te roemen.
Een kat, vol deugden waert te noemen.
Een kat, den grootsten lofzang waert.
Een kat, zo schoon van kleur, als staert.
Een kat, die nimmer is ’t onvreden.
Een kat, noit spoorloos in haer reden.
Een kat, die Poëzy verstaet.
Een kat, die altoos lolt op maet.
Een kat, die d’ondeugt noit zal pryzen.
Een kat, zo wys als zeven Wyzen.
Een kat, van een volmaekten leest.
Een kat, waer voor Joli steets vreest.
Een kat, zo wit van baert, als ooren.
Een kat, die katers kan bekoren.
Een kat, de Saffo van haer tydt.
Een kat, die ’t kattendom verblyt.
Een kat, met wonderbaerlyke oogen.
Een kat, met ieders smart bewogen.
Een kat, zo kuisch, als Vesta was.
Een kat, die vaek zich zelfs genas.
Een kat, die Laura kan verwarmen.
Een kat tot in haer kleinste darmen.
Een kat zo minzaem als een Bruit.
Een kat, een kat... ik schei ’er uit.


Hubert Gregorius van Vrijhof (1704-1754)



• In the Netherlands too the use of the title 'Sappho' to describe a woman with poetic aspirations quickly became a cliché.' The first was Anna Bijns, 'Sappho of Lesbos, in Germanic verse" - otherwise known as the 'Sappho of Antwerp' - and for women poets in the 17th and 18th centuries it was the rule rather than the exception to be styled Sappho. The hackneyed nature of the comparison was recognised as early as the 18th century, as is shown in the ode 'Op de kat van Laura' ('In praise of Laura's cat') by Hubert Gregorius van Vryhoff. In this poem he makes fun of stereotypical odes in praise of women, as well as of the obligatory comparison with Sappho. 'My lust maegt Laurae's kat te roemen' (I de-sire to praise maid Laura's cat) begins the poem. It is 'Een kat, die Poëzy verstaet' (a cat that understands poetry) and which is therefore 'de Saffo van haar tydt' (the Sappho of her time). Yet throughout the whole of the 18th century women writers continued to be given the epithet of Sappho, such as our 'Beemster Sappho', the famous novelist Betje Wolff.
Marianne Peereboom



• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 4 juli 2018

Gerrit Komrij -- Je kat

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

het komrijk
wikipedia
dbnl
weblog
in beeld
herdenking







Je kat

Vanmiddag gaf je je kat een kopje en likte haar
Staart schoon, toen ze plotseling naar je opkeek,
Zoals je daar op je knieën zat, en merkbaar
Aangedaan zei ze: ‘Jongen, wat zie je bleek.’

Ze merkte niet meer hoe je naar haar terugkeek,
Want ze kneep haar ogen toe, en legde haar kop
Plat over haar voorpoten heen. Even streek
Je haar huid nog glad en hield toen verslagen op.

Tuberculeuze muziek dreef door het huis en
Je voelde je kleiner worden - onverwacht
Werden haar poten zo groot als leidingbuizen
En lag je verschrompeld tegen haar vacht.


Gerrit Komrij (1944-2012)






• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

dinsdag 3 juli 2018

Elisabeth Eybers -- Huiskat

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
paar gedichten
schrijversinfo








• woordenlijstje onderaan


Huiskat

Die kat strek hoog op vier bene, buig
behaaglik om haar luipeerdlies te lek,
rol om en lê fluwelig oopgevlek
dat keel en bors en buik die son kan suig.

Ons noem haar ‘kat’ want sy is sonder siel
en anoniem. Smal skerwe van agaat
staar koud uit die driehoekige gelaat.
Arglistig, vloeibaar, soos ’n blink reptiel

van los en lenig wees versadig: sy
sal nooit – die veearts het haar ‘reggemaak’ –
ekstase en angs van lewe voortbring smaak,
sal, steeds eenselwig, alle teerheid stuit.
Ek hol my hand behoedsaam, smalend sluit
sy haar oë, kronkel by my greep verby.


Elisabeth Eybers (1915-2007)




lek = likken
lê = ligt
oopgevlek = 'opengelegd' (uitgestrekt)
blink = glimmend
reggemaak = 'geholpen', gesteriliseerd
by ... verby = uit ... vandaan


• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

maandag 2 juli 2018

C. Buddingh' -- Sammie

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
paar gedichten
dbnl
citaten
leest voor








Sammie

Mijn allergrootste vriend is Sammie Buddingh’,
die vluchteling, zeggen we, uit ’t woonwagenkamp:
zijn vader stuurde hem elke dag uit bedelen,
maar wat hij ook meebracht, hij kreeg stank voor dank.

En toen kwam hij bij ons, braafste aller katers,
met zijn melancholieke eekhoornstaart.
Vanaf ’t begin prezen wij hem uitbundig
en zo is hij tenslotte tot rust geraakt.

O, lieve Sam, soms lig je op ons bed
wanneer ook ik een dutje wil gaan doen
en spint mij toe vanaf Stientje's voeteneind.

Ik streel je brede kop, jij likt mijn hand,
en welke stormen ook in ons mogen woeden,
we dommelen gesterkt naast elkaar in.


C. Buddingh’ (1918-1985)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Armando -- vier gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

in memoriam
wikipedia
dbnl
levenlang
armando 85
kunstbus








Het laatste gesprek

'Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?'
'Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?'
'Ik wacht op woorden, heer.'
'Ik was de Dader, u het Offer. De medemens is leeg.'
'Sterven Daders niet?'
'Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.'
'Heeft u ginds gesproken, heer?'
'De dagen zijn beschreven.'
'Heeft de Tijd nog kwaad gewild?'
'Ja, het slagveld is begroeid.'
'Geen spoor van oorlog meer?'
'Geen. Maar ik doorzie de stilte. Oog en oor vergaan.'
'Nadert weer de Dood, o heer?'
'Neen. Hij was er al.'

uit: Dagboek van een dader (1973)


Een tijdperk

Strenge stemmen verlaten de aarde,
bezingen de razernij der dingen
en het geween van bloeiende bloemen:
de oogst van een roekeloos tijdperk.

Was het een offer op verlaten altaren?
Het bleek een halsstarrig ademen.

uit: Stemmen (2013)


Bezieling

Onmiskenbaar woedt de groei,
vandaar het streven naar de oorsprong.
Is de verbazing belangrijk?
De toewijding?

Nee,
bezieling heeft een masker nodig,
benadert de harde kalmte.

uit: Stemmen (2013)


De waarheid

Wee het veel te smalle bospad,
het stramme struikgewas,
wee de gaten in de bodem.

De jaren zijn in de boeien geslagen,
langs de straten slapen de vochtige lichamen,
stapels op een hoop verzameld.

Hier heeft iets plaatsgevonden
dat op de vage waarheid lijkt.

uit: Liever niet (2017)

Armando (1929-2018)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zondag 1 juli 2018

Rutger Kopland -- Oeloembo, een kat

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
laatste interview
leest voor
dbnl
leestafel








Oeloembo, een kat

Hij had zijn kleine gewoontes
als wij, maar groter
van onverschilligheid.

Hij hield in de winter van
kachels, 's zomers van
vogeltjes.

Ziek en even onverschillig voor
de dood als voor ons.
Hij stierf zelf wel.


Rutger Kopland (1934-2012)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Laurens Jz. Coster -- cv

De ruim 4400 abonnees van Laurens Jz. Coster krijgen al zo'n twintig jaar iedere werkdag een gedicht per e-mail, soms klassiek, soms eigentijds. Het archief vanaf 2010 vindt u in de zijbalk rechts. 

• Historie
In 1996 of 1997, net na de prehistorie van het internet, begon Marc van Oostendorp het Laurens Jz. Coster-project. Dat moest de Nederlandse tegenhanger worden van het al langer bestaande Gutenberg-project. Doel van beide sites was het gratis en voor iedereen beschikbaar stellen van klassieke literatuur in digitale edities. E-books had je toen nog niet, maar de werken waren online te lezen. (Gutenberg en Coster gelden allebei als uitvinder van de boekdrukkunst, dus dat verklaart de namen). De Gutenberg-site is nog steeds actief, de Coster-site is op non-actief gezet na dat de taak en doelstelling werden overgenomen door de onvolprezen Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, in 1999.

• Spinoff
In 1998 ontstond er een spinoff van het Coster-project: een e-mailservice die abonnees op werkdagen (gratis) van een gedicht voorzag dat afkomstig was van de Coster-site: dat waren dus altijd 'klassieke' gedichten, minstens honderd jaar oud. Al vrij snel werden er ook hedendaagsere dichters opgenomen, en later ook nieuwe gedichten uit pas verschenen bundels. De gedichtenmails bevatten als extra vaak links naar poëzie-gerelateerd nieuws, en een verwijzing naar het dagboekenblog So to Bed ('iedere dag een historisch dagboekfragment van dezelfde datum') .

• Extra
Af en toe is er ook een speciaal projectje: gastredacteurschappen van bekende dichters (Sasja Jansen, Ester Naomi Perquin, Anne Vegter, Hester Knibbe, K. Schippers e.a.) en vertalers (Paul Claes, Hans Boland) en anderen (Jacques Klöters, de redactie van poëziemagazine Meander), speciaal samengestelde downloadbundels, een unieke voorpublicatieserie van Chrétien Breukers, en sinds drie jaar de VSB-prijs-van-honderd-jaar-geleden-verkiezing, een verkiezing van de beste bundel van 100 jaar geleden.

• Nu
Coster gaat qua moderne toepassingen niet heel erg met de tijd mee: de mails zijn qua opmaak nog steeds behoorlijk basic. De keuze wordt inmiddels doorgeplaatst op de archiefsite (waar u nu bent) . op Facebook, en op het wetenschapsblog Neerlandistiek.nl. Omdat deze laatste site iedere dag een gedicht wilde, wordt er nu ook in de weekenden een gedicht uitgezocht. Maar de mailing is er nog steeds alleen op werkdagen. En is nog steeds gratis en voor iedereen. Inmiddels al twintig jaar.

zaterdag 30 juni 2018

Aad Nuis -- Voor de poes

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
p&p
in memoriam
nog een gedicht








Voor de Poes

Goed, ik ben een kaal dier, flarden aan het lijf
Hoog op de poten, brein omslachtig, spieren stijf,
Geen oor voor geritsel, voor buit te weinig aandacht
Ik trap in eigen vallen, ik deug niet voor de jacht.

Zo is dat. Ik hou van hoekig en onaf
Maar óók van jacht, perfecte sprongen, spel.
Jij gaat niet verder dan je kunt. Ik wel.
Ik reik naar wat niet kan als een giraf.

Old cat, lui op het bed, heilstaat in bont
Jij kent geen oude angst, geen lang verdriet
Liever een muis dan de maan. Vier poten op de grond.
Je bent een beter dier. Meer zeg ik niet.


Aad Nuis (1933-2007)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

vrijdag 29 juni 2018

J.B. Charles -- vier gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
historici.nl
interview
• gedicht 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7








Hemel en aarde

Ik ben God, zei de stok,
als je dat nog niet wist.
Ik ben de boom van het leven
en het hout voor de kist.
Die op mij hoopt te steunen
die zweep ik juist voort,
ik ben wreed zegt men, maar
toch ook masochist,
want ik kruisig mijzelf.
Ik ben het Licht en de Mist.

Ik ben de geest zei het vuur
ik zal jou es fijn branden!
Zolang als het duurt
riep plagend het water
want ik doop je weer uit!
wat zal jij lekker sissen.
Laat zich niemand vergissen!
riep de Vader van boven: en iedereen stil!
want ik ga weer wat scheppen
maar ik weet nog niet wat ik wil.


*


Wandspreuk

Die hier geweld gebruikt
wordt doodgeslagen.


*


De volgende oorlog

Toen hij uit de oorlog terug kwam
was niet ieder plezierig verrast,
maar zijn moeder ging naar de kast.

Daar lag een lap stof voor een pak.
Zij zei ik heb altijd gedacht,
komt hij terug dan heeft hij weer wat.

Toen ze dood ging zei ze zoiets als:
de volgende keer ben ik er niet meer
met de stof in de kast voor een pak.


*


Boom

Door het venster
van 't stadhuis
van Campione
kijk ik uit
op het Casino.

Boom ertussen
in de zon
ademt nauwelijks:
droomt.

Uit het raam
van het Casino
kijk ik uit
op het stadhuis
van Campione.

Boom ertussen
is nachtwakker.
Hij laat weten
dat hij mij negeert.


J.B. Charles (1910-1983)
uit: De warme slager (1973)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

donderdag 28 juni 2018

Peter Berger -- twee gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

website
dbnl





• portret: Jaap Vegter





Wat ik weet

Uit dunne vliezen gebouwd
uit lange spieren opgetrokken
zo zijn wij, vervreemd, vertrouwd,
bloed valt in kleine vlokken,

op je gezicht staat
telkens een moment te lezen
wie je bent, welk wezen
plotseling in je omgaat,

de onhoorbaarheid is diep. bomen
drijven er in, een dunne wil
verwaait, volkomen
grondeloos en stil,

en hoe nu? een ogenblik,
vergeet
vergeet het, ik heb
gezegd wat ik weet.


*


Wandeling aan de stadsrand

Dezelfde omgeving weer. kreupelbos.
vochtig en dichtbij het gras.
de verwarrende vertrouwdheid
van aarde op het wandelpad,

daarachter dan weer verder weg
melkbleek in de mist
het flatgebouw dat al los
dreef boven de stad,

en in dat niemandsland dat
niet bestond liep
voor mij uit een man
van wie ik zeker wist

dat ik hem was, alleen.
niet meer levend,
nergens gebleven
schemerde hij door zich heen.


Peter Berger (1936-2000)
uit: Perm (1965)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 27 juni 2018

Michel van der Plas -- twee sonnetten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
poëzie verrijkt het leven
kb
npe








Als alles weer eens nieuw werd: als ik weer
eens kon huiveren omdat een warme hand
een nest werd voor mijn hand, als een kus maar
weer eens een kus werd, overrompelend;

als ik een hele dag weer onbestemd
kon zijn om liefde en warmte, o, ik zou
ook weer in zuiverheid geloven, in het vreemd
geluk van Danny Boy*, I love you so;

als alles weer eens nieuw werd: zon en sterren,
nachtkaars en ochtendrood en helder lachen,
en dan elk woord, elk rijm, om luid te zeggen,

ik zou het leven weer opeens gaan vieren
als een oorpronkelijke, schone leugen,
waard om gezegd te zijn en uit te duren.


*


Zweer nimmer bij de herfst, want ge zoudt zweren
bij ziekte en verdriet en ondergang,
en zweer niet bij de winter, bij de pure
en naakte dood, wit van verbittering,

en zweer niet bij de lente, want haar knoppen
beloven meer dan zij u geven kan,
en zweer nooit bij de zomer, want uw lippen
proeven vruchten voor die voldragen zijn:

zweer, als gij zweren wilt, bij vier seizoenen
tezamen, bij het jaar, het samenstel;
zweer liever niet, ge zoudt u veilig wanen;

wees stil en waak en wacht: uw leven zal
andere, diepere getijden kennen
en als gij dood gaat wacht gij nog. Wees stil.


Michel van der Plas (1927-2013)
uit: Going my way (1949)



* en nog een 'Danny Boy' :)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

dinsdag 26 juni 2018

Hans Andreus -- twee sonnetten van de kleine waanzin

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
npe
leestafel








5

Wij leefden veel, kwamen leven tekort.
Hier leeft men zuinig en houdt men zich over,
begrijpt niet waarom men moordenaar wordt.
Ik buig me naar je steengezicht voorover,

Maar ik zie je in de ruimte slapen, zwerven
met het gemak, het geluk van een zon.
Je zegt: wat is is en dat kan niet sterven.
Ik wil toch weten waar alles begon.

Je stilt niet de honger, lest niet de dorst,
stilt niet het verlangen, troost niet de waanzin.
- Wij kauwen op de aarde: een broodkorst.

Wat geeft het dan wat ik verder nog doe?
Mijn vlees en mijn beenderen zijn mij moe.
Maar ik kan je soms en mijzelf soms aanzien.


25

Je naam? Maar ik heb je naam vergeten.
Je letters lopen over in elkaar.
Wij zijn van zoveel ik gemaakt, bezeten,
dat wij geen leven hebben voor elkaar.

Ik weet je naam wel, maar hoe wil je heten:
Springveer, Wilde, Kleine Clown, Vogelhaar,
Brood Dat Je Proeven Moet Om Op Te Eten,
Tot Ziens, Adieu, Nooit Meer of Toch of Maar?

Ik zeg maar wat. Ik moet in je geloven,
al ben je niet degene die je bent,
woon je nieuw naast mij of vlieger je boven
de daken. Ik heb je te slecht gekend
en kan je nu geen stom geluk beloven,
vreemdelinge. Wij zijn dat licht ontwend.


Hans Andreus (1926-1977)
uit: Sonnetten van de kleine waanzin (1957)





• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zondag 24 juni 2018

Halbo C. Kool -- Kantoorwerk

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
npe
arjan peters









Kantoorwerk

Morgen

Het hazeslaapje van de snelle stad
maar slecht en half haar oogen uitgewreven,
stuurt zij de fiets alweer langs 't vaste pad
naar het kantoor, waarvan zij schriel moet leven;

reeds door den drom der fietsers ingevat
ziet zij het aanvangsuur haast aangegeven
op klok na klok, wanneer de blik nog nat
is van de tranen, uit haar droom gebleven —

het is klokslag, een pas of wat nog even
met buitenlucht haar longen volgedreven
en 't is alsof zij hier van gister zat:
haar handen dansen op de toetsen, rad
gelijk de rappe voeten moesten zweven
langs een parketvloer, vullend blad na blad.


Middag

Zij kan, als zoveel andr'en. zoveel leren
van dit kantoorwerk, in haar vrije tijd,
maar zakgeld, uitgegeven voor studeren,
vereist strikt overleg en wijs beleid —

dus maakt zij onder t schaften met meneren
en dames zonder solidariteit
een rekensom van eten, huur en kleren;
zij ziet het schoolbord en zij voelt het krijt:

reeds luidt een bel, die prompt Kaar op doet veren,
naar kruk en schrijfmachine wederkeren
in peinzend knagen van vaag zelfverwijt;
de lettertoetsen ratelen om strijd,
de middag zoemt en schijnt voorbij te scheren,
maar laat een nasmaak van verbitterdheid.


Avond

De avond wenkt na 't matig middagmaal
door 't open raam verleidelijk naar binnen
met losse wolken uit zijn hemelzaal,
hij roept met stadsrumoer tot alle zinnen —

haar dwingt een zakenbrief in vreemde taal
zich op versteende vormen te bezinnen,
de levenswarme hand schrijft haal na haal
de voorgeschreven, zinneloze zinnen;

zij is de hoofdfiguur van het verhaal,
dat zich met haar slechts afspeelt, voor eenmaal,
eenvoudig toch van arbeid en beminnen,
gelijk verhalen dagelijks beginnen
en eindigen voorgoed, een andermaal:
een leven te verliezen of te winnen.


Nacht

Geen zag dien zoeten glimlach in haar slaap,
toen 't omgewoelde dek was afgegleden,
geen zag de tranen leken langs haar slaap,
de spiegeling van diepe tederheden —

haar streelde moeders hand, of kwam een knaap
de kamer harer dromen binnentreden
met in zijn armen een zacht blatend schaap,
een lam nog, wit en blinkend van gebeden?

zij spreekt: — o, blinde muren die ik schraap,
o, afgeschilferde uren, die ik raap
als afgevallen appels uit het Eden
voor dorst en winter, o, mijn zoet verleden,
mijn toekomstdroom, o, grondeloze gaap
van moeheid — zijt gij haast geleden, heden?


Halbo C. Kool (1907-1968)





• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Guido Gezelle -- Zonnewende

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
Guido Gezelle-archief
bloemlezing









Zonnewende

Een blomken heb ik staan, nabij
me, in de oude boekenzale,
dat altijd, naar den dag toe, keert
zijn' blaârkes, altemale;
het wenden mag ik zus of zoo,
dat ik begere volgt het noo*,
en ‘t zoekt, weerom naar mij gericht,
nog altijd liever ‘t zonnelicht!

Och, ware ik als dat blomken is,
in al mijn doen en laten,
mijn zorgen, mijn bekommernis,
in huis en achter straten:
‘t zij wat men doet of niet en doet,
‘t zij wat ik immer lijden moet,
naar u, met herte en ziel, gericht,
o alverzettend zonnelicht!

‘t Is duister nu en zwaar, te mets*,
omtrent mij: oude kwalen
en nieuwe, doen, van zielgekwets,
mij moe zijn, menigmalen,
tot dat, o God, naar U gewend,
mijn' duisterheid den dag erkent,
en ziende U, met mijne oogen dicht,
ik asem hale, in ‘t zonnelicht.


Guido Gezelle (1830-1899)


noo = ongaarne
te mets = nu en dan



• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zaterdag 23 juni 2018

J.J.A. Goeverneur -- Blinde verliefdheid

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
wat gedichten
kb










Blinde verliefdheid
Een gesprek

Ik: Och vriend, och laat u raden: zie af nog van die meid.
Hij: Dat is: zie af van t leven? Gij vergt geen kleinigheid.
Ik: Ze heeft een slecht karakter; vraag het aan iedereen!
Hij: Dat zij niet schoon zou wezen, hoorde ik nog van geen een.
Ik: Ze ziet met lachende oogen al, wie maar jong is, aan.
Hij: Dan doet zij als de sterren, die aan den hemel staan.
Ik: En stort ze al somtijds tranen, 't is valschheid en bedrog.
Hij: 'k Zag veel fonteinen springen, maar nimmer schooner nog.
Ik: Wat hare lippen spreken, is al boos overleg.
Hij: Nooit gingen booze woorden dan wel een schooner weg.
Ik: 't Is algemeen het zeggen: licht was ze eens, — en 't schijnt waar.
Hij: Ik draag haar op de handen, dan valt zij mij nooit zwaar.
Ik: Haar fraaie, blanke tandjes, zijn maaksel uit Parijs.
Hij: Staat 'elpenbeen' niet hooger dan 'menschenbeen' in prijs?
Ik: Men wil, ook niet natuurlijk, is op haar wangen 't rood.
Hij: Dan zal zij nooit verbleeken, en bloeit tot aan haar dood.
Ik: Maar, vriend, wil toch bedenken, ze heeft geen cent aan goed.
Hij: Liefde is de hoogste rijkdom; zij maakt ook de armoe zoet.
Ik: En voert zij de pantoffel — wat dan, o trouwe held?
Hij: Wil zij me als slaaf, dan ruim ik nog voor geen koning 't veld.
Ik: Voor eene uit lage klasse hebt ge u zoo diep gebukt?
Hij: Zij kan zoo laag niet wezen, die mij zoo hoog verrukt.
Ik: Neem haar dan voor den drommel! We zullen de uitkomst zien.
Hij: Is uit de preek dus? — Amen! Welnu het zal geschiên.


J.J.A. Goeverneur (1809-1889)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

vrijdag 22 juni 2018

Marcellus Emants -- Lilith

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
literatuurmuseum









• In het lange gedicht Lilith wordt eerste mens Adam verliefd op zijn moeder Lilith, die is verstoten door Jehova. Uiteindelijk keert Lilith terug bij Jehova, nadat zij bedongen heeft dat Adam een vrouw krijgt naar haar evenbeeld. In het onderstaande fragment vindt Adam Lilith slapend in de nacht na de eerste dag.



‘Wie is 't, die Lilith's heilge rust komt storen,
Wiens ruwe hand door 't schermend loover breekt?’

Zij spreekt.... is 't dan geen bloem wier geurige adem
Zijn bloed met zulk een snelheid stroomen doet?
Zij slaat haar oogen op en ziet hem aan....
Het is een mensch, een wezen hem gelijk,
Als hij ontwaakt tot leven, tot genieten!
Een doodlijk bleek verjaagt den diepen blos,
Die nog zoo even op zijn wangen gloeide,
Zijn hart klopt bang, hij voelt den drang ontwaken,
Zijn lippen op haar rozemond te drukken,
Zijn armen om dien blanken hals te strenglen,
En met haar zwarte haren borst aan borst
Zich aan dat heerlijk lichaam vasttesnoeren,
Tot eeuwge liefde en eeuwge zaligheid.
Een onweerstaanbre macht werpt hem ter aarde.
Hij buigt de slanke lelies uit elkander,
Die 't schoone lijf haar blankheid mededeelden,
Zijn hand glijdt over 't melkwit voorhoofd heen,
Zijn mond drinkt reeds den adem van haar lippen,
En 't klinkt weer zacht:
‘Heeft Adam Lilith lief?’
Nu vat hij stout de donkre lokken aan,
Waarin narcis en vuurge rozen gloeien....
Doch plotseling ontsnapt een kreet zijn borst,
Een scherpe doorn drong diep in 't vleesch hem door,
Hij trekt de hand terug.... 't is te laat.
Den bliksemflits gelijk, die blinkt en doodt,
Springt Lilith van haar bloemenbed omhoog.
‘Terug vermeetle’!
spreekt ze, en wijst hem af
Met blik en streng gebaar.
‘Terug die hand!
Ken uw vorstin, die van Jehova zelven,
In 't eeuwig licht de omarming mocht genieten.
Aanschouw haar glans, uit hemelglans gesproten,
En ken uw moeder, die naar de aard verbannen,
Jehova's kind in bitter barenswee
Het sterflijk leven schenken moest.’ -
Geknield
Blijft Adam roerloos aan haar voeten liggen.
Hij waagt het niet den blik omhoog te slaan,
Doch smeekend stamelen zijn lippen:
‘Moeder,
Ik heb u lief!’
‘Gij hebt mij lief, welnu
Rijs op, en wreek den smaad mij aangedaan!
Wreek haar, die eens des hemels koningin,
Thans is gehoond, bedrogen, diep vernederd! -
Op wolkendons lag aan Jehova's zijde
In de armen van den slaap zijn Lilith neer.
Haar donker oog hield zonnegloed geloken,
Waaruit zijn wil haar 't godlijk aanzijn schonk,
En op haar schoonheid, dierbaar aan zijn hart,
Bleef liefdevol des vaders blik gevestigd.
Geen bange droom lag loodzwaar op dien sluimer,
Geen bittre nijd, geen smart, geen staag begeeren
Doorknaagden 't hart van schuld nog onbewust.
Des vredes kus rustte op haar maagdlijk voorhoofd,
Des hemels heilig zwijgen in haar oor.
Toen heerschte er liefde in 't koninkrijk der heemlen,
En had geen schelle kreet van fellen haat,
De zoete rust der eeuwigheid verbroken. -
Wee, driewerf wee, dat Lilith moest ontwaken!
Hij, dien gij vader, koning noemt, bezweek
Voor 't vuur der1) lust, dat in zijn borst ontvlamde.
Zijn hoofd zonk neer, zijn lippen drukten zacht
Een kus mij op den mond.... ik was ontwaakt. -
Toen zag voor 't eerst mijn oog des hemels pracht,
En 't werd verblind door zooveel glans en schoonheid.
Toen trof voor 't eerst mijn oor der englen lied,
En 't werd verdoofd door zulk een juichgeschal.
Doch op zijn troon hief God mij naast zich op.
Een gouden zonnestraal als diadeem
Sloeg hij met eigen hand mij om de slapen,
De morgenster hield op mijn voorhoofd stil.
Ootmoedig bogen de englen voor mij neder,
En Lilith heerschte als hemelskoningin. -
O! korte waan, waar zijt ge heengevloden?
Wee, koningin, hoe spoedig taande uw glans!
Jehova's kus lag brandend op mijn lippen,
Mijn borst doorgolfde een wilde vlammenzee,
Een drang naar ongekende zaligheid
Verteerde de gedachten in mijn brein.
Het klare licht verduisterde in mijn oogen.
Met diepen nacht werd Lilith's ziel omgeven,
En in Jehova's armen zonk zij neer,
Bezinningloos, maar 't hart van liefde dronken. -
Wee, korte lust, u moest ik vreeslijk boeten!
O! koning, die mij wekte met uw kus,
Die aan uw zij tot koningin mij kroonde,
Wat heb ik u, wat aan uw rijk misdreven,
Dat zulk een straf en zulk een hoon verdient?
“Voort!” klonk uw stem vol afschuw en verachting,
“Geen plaats is in des hemels ruime zalen
Voor Lilith en de vruchten van haar schoot!
Zij derve in eeuwigheid der eeuwgen vrede,
En boete in eenzaamheid haar wilde drift!
Wat uit haar spruit, het zij met haar veroordeeld,
Verbannen uit het rijk van liefde en rust”! -
Geen oog had ooit voorheen uw toorn aanschouwd.
Het englenheir zweeg vol ontzetting stil,
Een siddring liep door de eindelooze ruimte. -
Toen scheurde 't glanzig wolktapijt vaneen,
En in des afgronds onafzienbren nacht
Viel Lilith neer. - Daar baarde ik u, mijn zoon,
Daar schonk ik al wat is het korte leven,
En van den glans, die eens mijn hoofd omgaf,
Bleef slechts een vonk hoog aan den hemel stralen,
Die van mijn val en van uw vorstlijke afkomst
Tot onuitwischbaar teeken moge zijn.
Rijs op dus, kind naar 't godlijk beeld geschapen,
Doch met uw moeder van Gods zij verjaagd!
Weerstreef de hand, die Lilith deed ontwaken,
Die uit den slaap het lijden heeft gewekt!
Verwoest deze aarde, doof den zonnegloed,
Verdelg den hof tot kerker u gewezen!
Hij zij gevloekt, wiens zwakke lust u schiep
Tot kort geluk den wissen dood voor oogen!
Gevloekt zijn macht, zijn glans, zijn englenscharen!
Gevloekt de levensvonk, die in uw borst
Slechts om zich zelf te dooven moest ontgloeien!
Omhoog den blik gericht, daar is uw plaats! -
Waar uit den bloemkelk stargeflonker spruit
Verrijst uw troon van gouden zonnestralen.
Daar blinkt uw kroon op 't hoofd des ongerechten,
Daar rust uw schepter in zijn wreede hand,
En 't lied, dat ruischt door de ongemeten zalen,
Sluit daar het oog tot eeuwig zoeten slaap.
Op! zoon des lichts, verbreek uw slaven-boeien!
Werp van zijn hoogen zetel den tiran,
Geef aan mijn ziel des hemels vrede weder,
En heersch in eeuwigheid aan Lilith's zij!’


Marcellus Emants (1848-1923)
uit: Lilith (1879)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 20 juni 2018

Tippy Verbrugh -- Elfjes & Grafbloem

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

google
delpher











Elfjes

Weet je wel wat elfjes zijn?
Elfjes zijn gedachten.
Zij ontwaken wonderrein,
In de stille nachten.

Weet je wel hoe ze ontstaan,
En wanneer zij komen?
Bij het held're licht der maan
En in wond're droomen.

Waar zij wonen? In de ziel,
En in zachte oogen.
Schier onzichtbaar, te subtiel
Zijn zij snel vervlogen.

Je gelooft mij niet misschien?
Want je lacht verholen.
Heb je ze dan nooit gezien,
Achter smart verscholen?


*


Grafbloem

Er is een bloem, die is mij 't liefste,
Zij is niet schoon, zij geurt niet zacht,
De teere blaadjes hangen neder,
En zien niet dat het zonlicht lacht.

Daar bloeien bloemen vol van kleuren,
Daar prijken rozen rein en blank,
Daar geurt het blauwe boschviooltje,
En wiegt de lelie, wonderrank.

Maar toch, het kleine doode bloempje,
Dat houd ik vast aan 't hart gedrukt.
Dit is mij 't liefst — Ik heb het eenmaal
Zacht van een grafkrans afgeplukt.


Tippy Verbrugh (?-?)
uit: Wilde bloemen (1932)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

dinsdag 19 juni 2018

Geert van Istendael -- Weidepaal & Veebel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
schrijversgewijs
leestafel









Weidepaal

Blank hout kan. Schors mag. Gepunt, altijd.
Hij zal de grond in. Eerst het voorgat boren.
Water over plenzen. Slijk, dat glijdt.
En laat nu voorhamers maar vrolijk bonken.
Alleen van arbeid komt standvastigheid.

Draad bakent later af. Nog rijzen twijfels.
Spijkert zijn spits de juiste grenslijn vast?
Voelt mijn en dijn zich hier niet aangetast?


*


Veebel

Schor. Aardewerk dat breekt, verbruikt, versleten.
Veel scherven na en door elkaar, een spraak
door vee gestuurd al doende. Stappen, eten.
Heuvel en berg weerkaatsen tegenspraak,
de galm, de tik behoeden voor vergeten.

Geen geit of koebeest mag verloren gaan,
door waterval of boomkruin overstemd.
Kras op het ruisen. Luister. Melk die stremt.


Geert van Istendael (1947)
uit: Negenentwintig dingen en één afscheidszang (2018)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster