zondag 9 oktober 2011

Jacques Perk -- Dropsteen

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



* dbnl
* wiki









Dropsteen

Bij ’t rossig, zwaaiend schijnsel der flambouw,
Welks walmen tranen teelt bij ’t krinklend stijgen,
Zie ’k spichtig kegels stijgen, pegels nijgen,
Wier blijde blankheid werd tot weenend grauw.

Het dropt, het dropt, van spits tot spits; aanschouw,
Hoe langzaam droppen door de droppen zijgen,
En, vallend, leven geven aan het zwijgen,
En worden tot een zuil bevrozen dauw.

Wat daalt, zoekt wat daar rijst, en welhaast zullen
Zij, samengroeiend tot éen eeuw’ge zuil,
Elkaar omhelzen, en met schors omhullen.

Zóo gaat het morgen in het gister schuil;
Zóo kwam Mathilde mijn gemoed vervullen,
En kreeg mijn gansche ziel daarvoor in ruil.


Jacques Perk (1859-1881)






* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://lists.freeteam.nl/mailman/listinfo/coster-l

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen