vrijdag 7 november 2014

Karel van den Oever -- Het doodshoofd

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


* wikipedia
* dbnl
* bio
* wat gedichten










Het doodshoofd

Aan den WelEdelen Heer
H.N. Leygraaff, te Baarn
.

O Tijd, knaagt gij den bleek-gebarsten schedel bloot
wiens zieke vleezen nu in Vlaandrens grond verrotten?
Eens toch raap ik uit 't gras van de eiken kant en sloot
dien grimmgen kop waarin de oogenholten spotten.

En 's nachts als dan de been'ge maan - een kaal doodshoofd -
haar groen-verdorven gloed door't bekkeneel laat rijzen
wijl 't licht des kandelaars den schedel bruin bestooft,
staar ik U huivrend aan vol droef en schuw afgrijzen;

want uit een oog-spelonk leunt op den zwammgen rand
- als uit een ‘oeil de boeuf’ vol mos en kroos bekropen -
Mephistophéles, sluw, grimlachend... 't Wambuis brandt
van karmozijn... Hoe spitst zijn kin... Zijn mond grijnst open...

En wijl de walm der maan den schedel diep verblauwt
waar vledermuizen in de ruige holte vlagen,
wordt heel mijn hart zoo schuw, zoo huiverig benauwd
als voelde ik langs mij heen een doodskist langzaam dragen.


Karel van den Oever (1879-1926)
uit: Verzen uit oorlogstijd (1914-'19) (1919)







• Speel het gedichtenspel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen