= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
* historici.nl
* wikipedia
* dbnl
* citaten
Louter droefheid
Ik voel mij somber. Ei, wat zal ik doen?
Een platte geest dronk nu een glaasje.
Maar ik ben een poëtisch baasje
en ga mijn weemoed in een versje doen.
Dat is het voordeel van mijn gave.
De burger kan zijn ei niet kwijt,
terwijl ik, rustig, mijn neerslachtigheid
gelijk een paardje voor mijn kar laat draven.
Is het volbracht, dan ben ik opgelucht.
'k Heb schoonheid uit mijn pijn gewrongen.
Mijn lieve pen heeft mooi gezongen.
Ik stap in bed. Ik geeuw en zucht.
En staan mijn versjes later soms te kijk
in `Gouden aren' of in `Dichterschat',
dan zegt de leraar bij deez' pennespat:
`Kijk jongens, hier had hij het moejelijk.'
Simon Carmiggelt (1913 - 1987)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
vrijdag 8 februari 2013
Jannah Loontjens -- Maja vraagt & Achterzijde
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
* website
* wat gedichten
Maja vraagt
Ze vraagt: waarom is dit een muur?
Omdat hij overeind staat. Plat. Van baksteen.
Waarom van steen? Anders val je erdoorheen.
Een muur moet staan. Zonder te beven.
Waarom staat hij? Omdat wij niet met de buurman.
Waarom niet? Omdat hij met zijn geweer een kat neerknalt.
Waarom? Omdat hij zich verveelt, niemand anders heeft
om op te schieten. Of om van te houden.
Dus, zegt zij, als die muur geen muur was,
was de kat nog in leven, de wind iets om van
te beven, een geweer niet om mee te schieten,
maar om te aaien als je geen kat hebt en ook
niemand anders. Als de muur geen muur was,
was de buurman niet.
Achterzijde
Ik open de deur, stap het balkon op. Nacht.
In de tuinen sporen van duiven. Sneeuw
die zomaar ligt. Een kat onder een struik
schudt zijn vacht, sluipt een schaduw in.
De maan rust op een dak. Doorbroken door
zingende stemmen. Al Jazeera.
Dodelijk stil hangt bevroren was. Het laagje wit
dat onbeschaamd bezit neemt, vriendschap sluit
met bleke kozijnen, balkonspijlen, satellietschotels.
Ook ik hoor hier. Alleen. En toch met mens en dier.
Toch, en toch. Dit is zo winters zo nacht
als een winternacht. Ik snuif. Ruik. Vuil.
Vocht. Keuken. Kattenvacht.
Jannah Loontjens (1974)
uit: Dat ben jij toch (2013)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
* website
* wat gedichten
Maja vraagt
Ze vraagt: waarom is dit een muur?
Omdat hij overeind staat. Plat. Van baksteen.
Waarom van steen? Anders val je erdoorheen.
Een muur moet staan. Zonder te beven.
Waarom staat hij? Omdat wij niet met de buurman.
Waarom niet? Omdat hij met zijn geweer een kat neerknalt.
Waarom? Omdat hij zich verveelt, niemand anders heeft
om op te schieten. Of om van te houden.
Dus, zegt zij, als die muur geen muur was,
was de kat nog in leven, de wind iets om van
te beven, een geweer niet om mee te schieten,
maar om te aaien als je geen kat hebt en ook
niemand anders. Als de muur geen muur was,
was de buurman niet.
Achterzijde
Ik open de deur, stap het balkon op. Nacht.
In de tuinen sporen van duiven. Sneeuw
die zomaar ligt. Een kat onder een struik
schudt zijn vacht, sluipt een schaduw in.
De maan rust op een dak. Doorbroken door
zingende stemmen. Al Jazeera.
Dodelijk stil hangt bevroren was. Het laagje wit
dat onbeschaamd bezit neemt, vriendschap sluit
met bleke kozijnen, balkonspijlen, satellietschotels.
Ook ik hoor hier. Alleen. En toch met mens en dier.
Toch, en toch. Dit is zo winters zo nacht
als een winternacht. Ik snuif. Ruik. Vuil.
Vocht. Keuken. Kattenvacht.
Jannah Loontjens (1974)
uit: Dat ben jij toch (2013)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
donderdag 7 februari 2013
Felix Rutten -- Gij zijt een ouderloos vereenzaamd kind
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
* wikipedia
* dbnl
Gij zijt een ouderloos vereenzaamd kind,
Een arm droef wicht, verdoold in storm en nood.
Zie, ik ben sterk geschapen, - en gebood
Mijn hand ook niet den wilkeur van den wind,
Mijn moed begeeft niet en mijn kracht is groot,
Sinds gij de liefde van mijn hart bemint.
Vreest gij wat listig u het Leven spint?
Ik draag u door den zeebrand van den Dood.
Wij zullen 't bruidsmaal onzer liefde vieren
Met alle wimplen van verblijdenis,
Met kalmen lach ten purpren avond stieren
En weten van geen smart noch welk gemis,
Zoolang uw haren maar mijn hoofd omzwieren,
Zoolang uw hand maar in mijn handen is.
Felix Rutten (1882-1971)
uit: Sonnetten (1921)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
* wikipedia
* dbnl
Gij zijt een ouderloos vereenzaamd kind,
Een arm droef wicht, verdoold in storm en nood.
Zie, ik ben sterk geschapen, - en gebood
Mijn hand ook niet den wilkeur van den wind,
Mijn moed begeeft niet en mijn kracht is groot,
Sinds gij de liefde van mijn hart bemint.
Vreest gij wat listig u het Leven spint?
Ik draag u door den zeebrand van den Dood.
Wij zullen 't bruidsmaal onzer liefde vieren
Met alle wimplen van verblijdenis,
Met kalmen lach ten purpren avond stieren
En weten van geen smart noch welk gemis,
Zoolang uw haren maar mijn hoofd omzwieren,
Zoolang uw hand maar in mijn handen is.
Felix Rutten (1882-1971)
uit: Sonnetten (1921)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
dinsdag 5 februari 2013
René Puthaar -- Envoi
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
foto's: 130000.nl | troya.nl
* wikipedia
* dbnl
* uitgever
Tijdens de Poëzieweek is taalkundige en Coster-oprichter Marc van Oostendorp gastredacteur. De vijf gedichten die hij gekozen heeft, gaan vergezeld van vijf columns waarin hij de veranderingen determineert die de ‘taal van de poëzie’ het afgelopen jaar ondergaan heeft. De vijfde column gaat over ‘Envoi’ van René Puthaar.
Envoi
In een grauwe sluier van de hersenen
overlappen ze elkaar, taal en wereld;
daar buiten is het feest in volle gang.
René Puthaar (1964)
uit: Het wilde kind (2012)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
foto's: 130000.nl | troya.nl
* wikipedia
* dbnl
* uitgever
Tijdens de Poëzieweek is taalkundige en Coster-oprichter Marc van Oostendorp gastredacteur. De vijf gedichten die hij gekozen heeft, gaan vergezeld van vijf columns waarin hij de veranderingen determineert die de ‘taal van de poëzie’ het afgelopen jaar ondergaan heeft. De vijfde column gaat over ‘Envoi’ van René Puthaar.
Envoi
In een grauwe sluier van de hersenen
overlappen ze elkaar, taal en wereld;
daar buiten is het feest in volle gang.
René Puthaar (1964)
uit: Het wilde kind (2012)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
maandag 4 februari 2013
Ellen Deckwitz -- Het zou kunnen dat ik achter god aanren
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
foto's: Lex Vermeend | vpro
* ipoetry
* wikipedia
* interview
* Hoi feest
Tijdens de Poëzieweek is taalkundige en Coster-oprichter Marc van Oostendorp gastredacteur. De vijf gedichten die hij gekozen heeft, zullen vergezeld gaan van vijf columns waarin hij de veranderingen determineert die de ‘taal van de poëzie’ het afgelopen jaar ondergaan heeft. De vierde column gaat over het gedicht ‘Het zou kunnen dat ik achter god aanren’ van Ellen Deckwitz.
Het zou kunnen dat ik achter god aanren
en gil dat het met ons wel goed komt.
Nog harder ga
en langs sporen spurt, een half ingevulde sudoku,
een beker vol droesem. Ik hoor iemand in het trappenhuis
en haast me om te zien of hij het is. De stappen
houden halverwege op,
ik roep dat het wel goed komt met ons.
Zal de boterhammen onder zijn deur door sjoelen.
Ellen Deckwitz (1982)
uit: Hoi feest (2012)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
foto's: Lex Vermeend | vpro
* ipoetry
* wikipedia
* interview
* Hoi feest
Tijdens de Poëzieweek is taalkundige en Coster-oprichter Marc van Oostendorp gastredacteur. De vijf gedichten die hij gekozen heeft, zullen vergezeld gaan van vijf columns waarin hij de veranderingen determineert die de ‘taal van de poëzie’ het afgelopen jaar ondergaan heeft. De vierde column gaat over het gedicht ‘Het zou kunnen dat ik achter god aanren’ van Ellen Deckwitz.
Het zou kunnen dat ik achter god aanren
en gil dat het met ons wel goed komt.
Nog harder ga
en langs sporen spurt, een half ingevulde sudoku,
een beker vol droesem. Ik hoor iemand in het trappenhuis
en haast me om te zien of hij het is. De stappen
houden halverwege op,
ik roep dat het wel goed komt met ons.
Zal de boterhammen onder zijn deur door sjoelen.
Ellen Deckwitz (1982)
uit: Hoi feest (2012)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
zondag 3 februari 2013
Menno Wigman -- Nachtrit
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
foto's: keke keukelaar | radio pingpong
* wikipedia
* kb
* npe
* wat gedichten
Tijdens de Poëzieweek is taalkundige en Coster-oprichter Marc van Oostendorp gastredacteur. De vijf gedichten die hij gekozen heeft, zullen vergezeld gaan van vijf columns waarin hij de veranderingen determineert die de ‘taal van de poëzie’ het afgelopen jaar ondergaan heeft. De derde column gaat over het gedicht ‘Nachtrit’ van Menno Wigman.
Nachtrit
Man, eenentwintigste eeuw, kaal, gezet
en met een onvervreemdbaar recht op seks
(‘Mijn naam is Legioen, wij zijn met velen’),
jaagt door de late nacht over de weg
en wil zijn lichaam met gevrouwte delen.
De pompen van de Shell. Het pooierslicht.
Vol moed een meisje achter glas betalen.
Vol moed aan nieuwe vrouwen denken, echt,
elektrisch, kil, verhit, maar denken, denken –
een hersenhond, onthand en underfucked,
al jaren in zichzelf verongelukt,
maar met drie namen in zijn telefoon,
drie namen vol belofte van geluk.
Hij belt. Zijn recht op seks. Op scherpe meiden.
Waarom heb ik toch medelijden?
Menno Wigman (1966)
uit: Mijn naam is legioen (2012)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
foto's: keke keukelaar | radio pingpong
* wikipedia
* kb
* npe
* wat gedichten
Tijdens de Poëzieweek is taalkundige en Coster-oprichter Marc van Oostendorp gastredacteur. De vijf gedichten die hij gekozen heeft, zullen vergezeld gaan van vijf columns waarin hij de veranderingen determineert die de ‘taal van de poëzie’ het afgelopen jaar ondergaan heeft. De derde column gaat over het gedicht ‘Nachtrit’ van Menno Wigman.
Nachtrit
Man, eenentwintigste eeuw, kaal, gezet
en met een onvervreemdbaar recht op seks
(‘Mijn naam is Legioen, wij zijn met velen’),
jaagt door de late nacht over de weg
en wil zijn lichaam met gevrouwte delen.
De pompen van de Shell. Het pooierslicht.
Vol moed een meisje achter glas betalen.
Vol moed aan nieuwe vrouwen denken, echt,
elektrisch, kil, verhit, maar denken, denken –
een hersenhond, onthand en underfucked,
al jaren in zichzelf verongelukt,
maar met drie namen in zijn telefoon,
drie namen vol belofte van geluk.
Hij belt. Zijn recht op seks. Op scherpe meiden.
Waarom heb ik toch medelijden?
Menno Wigman (1966)
uit: Mijn naam is legioen (2012)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
vrijdag 1 februari 2013
Anne Vegter -- Gebed voor iedereen
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
* wikipedia
* dbnl
* paar gedichten
Tijdens de Poëzieweek is taalkundige en Coster-oprichter Marc van Oostendorp gastredacteur. De vijf gedichten die hij gekozen heeft, zullen vergezeld gaan van vijf columns waarin hij de veranderingen determineert die de ‘taal van de poëzie’ het afgelopen jaar ondergaan heeft. De tweede column gaat over het gedicht ‘Gebed voor iedereen’, de eerste proeve van bekwaamheid van de nieuwe Dichter des vaderlands Anne Vegter.
Gebed voor iedereen
Nog trekt het zich terug als in twee vuisten, reculer pour mieux sauter.
Nog lift het vrolijk mee als op het stuur van een weesfiets, zwenkt uit.
Nog loopt het mee in de optocht van iedereen, het spreekt verdwenen taal.
Nog verstopt het zich in geluidsfragmenten, applaus en partituren.
Nog nestelt het gebed zich in het Nederlands en biedt royaal onthaal.
BENG! KLEDDERRRRR! KLENG!
Een opstelling van stokken en tomaten, stenen uit de straat, de verf.
Tongen die spugen op gebed: „Niet buigen broddah! Strek je op!”
Wereldvreemden die maar wat floepen: „Wie de staat kent, kent zichzelf.”
Nieuwe talen zingen, roepen: „Niks kebed, suster, komt niet koed.”
Daar de mening, hier de uitspraak. Het Laatste Oordeel is bankroet,
roept uit nood en overvloed. Het kruipt door puin en bloeit op stank.
Hecht zich aan honger en verruilt een koninkrijk voor voedselbank,
kijkt, verwart, merkt op. Niet schadevrij, er heerst het schrale tij.
Het lacht en lijdt maar in gelijke mate, dat is de vrijheid van de poëzie.
Bemint een land uit een verlangen naar dat land: gebed laat liefde vrij.
LEVE
majesteit boven dit krachtenveld. Zo’n spiedend oog over de dijk.
Het soort alwetendheid ten dienste van het Crisisrijk. Verheft
in majesteit saamhorigheid tot kunst. Zo dus. O lieve koningin
die levenslang het hele land voorbij zag gaan, nu mag het zomaar,
lekker zomaar in de rij gaan staan.
Anne Vegter (1958)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
* wikipedia
* dbnl
* paar gedichten
Tijdens de Poëzieweek is taalkundige en Coster-oprichter Marc van Oostendorp gastredacteur. De vijf gedichten die hij gekozen heeft, zullen vergezeld gaan van vijf columns waarin hij de veranderingen determineert die de ‘taal van de poëzie’ het afgelopen jaar ondergaan heeft. De tweede column gaat over het gedicht ‘Gebed voor iedereen’, de eerste proeve van bekwaamheid van de nieuwe Dichter des vaderlands Anne Vegter.
Gebed voor iedereen
Nog trekt het zich terug als in twee vuisten, reculer pour mieux sauter.
Nog lift het vrolijk mee als op het stuur van een weesfiets, zwenkt uit.
Nog loopt het mee in de optocht van iedereen, het spreekt verdwenen taal.
Nog verstopt het zich in geluidsfragmenten, applaus en partituren.
Nog nestelt het gebed zich in het Nederlands en biedt royaal onthaal.
BENG! KLEDDERRRRR! KLENG!
Een opstelling van stokken en tomaten, stenen uit de straat, de verf.
Tongen die spugen op gebed: „Niet buigen broddah! Strek je op!”
Wereldvreemden die maar wat floepen: „Wie de staat kent, kent zichzelf.”
Nieuwe talen zingen, roepen: „Niks kebed, suster, komt niet koed.”
Daar de mening, hier de uitspraak. Het Laatste Oordeel is bankroet,
roept uit nood en overvloed. Het kruipt door puin en bloeit op stank.
Hecht zich aan honger en verruilt een koninkrijk voor voedselbank,
kijkt, verwart, merkt op. Niet schadevrij, er heerst het schrale tij.
Het lacht en lijdt maar in gelijke mate, dat is de vrijheid van de poëzie.
Bemint een land uit een verlangen naar dat land: gebed laat liefde vrij.
LEVE
majesteit boven dit krachtenveld. Zo’n spiedend oog over de dijk.
Het soort alwetendheid ten dienste van het Crisisrijk. Verheft
in majesteit saamhorigheid tot kunst. Zo dus. O lieve koningin
die levenslang het hele land voorbij zag gaan, nu mag het zomaar,
lekker zomaar in de rij gaan staan.
Anne Vegter (1958)
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster
Abonneren op:
Posts (Atom)






