donderdag 9 mei 2013

Gerard Wijdeveld -- Hemelvaart

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



* dbnl
* wikipedia
* necrologie






Hemelvaart

“Gij, die naar de zomerklare
hemel droef staat op te staren,
zegt ons wat de reden is
van uw vreemde treurenis!”

“Jesus, die ons leerde leven
en ons God heeft weergegeven,
liet ons, arm en klein, alleen.
Daar’s de wolk waar Hij verdween.”

“Ach, is zó snel dan te doven
dat beminnen, dat geloven,
dat gij vatte aan zijn oog?
Slaat die vlam niet hemelhoog?

Hoort dan, kleinen van gelove:
God zendt uit de hoge hoven,
waar uw Heer nu bij Hem is,
ons neer naar uw droefenis

en Hij laat door onze monden
u het nieuw geheim verkonden,
nieuwe brand en nieuwe zin
voor dat vuur, geloof en min:

Jesus’ scheiden blijft geen scheiden;
aan het einde van de tijden
keert Hij, licht en luister, weer.
Wacht en roept Hem: kom o Heer!

Nooit, bij nacht niet en bij dage,
nooit, bij jubelen noch klagen,
nooit zij u de mond meer stom
van die kreet: Heer Jesus, kom!”


Gerard Wijdeveld (1905-1997)
uit: Vijf geheimen (1955)




= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

dinsdag 7 mei 2013

Thera Westerman -- Opa Kok (XI)

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



* google
















Opa Kok (XI)

Mijn eenden bezitten wonderlijk melodieuze voetjes. Ze
lopen als een continue applaus achter me aan, vaak krijg
ik de neiging tot buigen. Vooralsnog dragen ze geen
bouquetjes rozen of rotte tomaten onder hun vleugels.
Ik zou het best eens kunnen proberen, alhoewel ze niet
hoger kunnen kijken dan mijn enkels en die buigen
slecht.
Of breken.
De deurwaarder, praktisch en pension, ziet er
overdonderend uit. Groot en in zwart leer gehuld
schrijft hij zijn rampzalige tijdingen heel zorgvuldig in
schoonschrift uit, hunkerend naar koffie en een praatje.
Beide laat ik achterwege, hetgeen hem diep kwetst.
Mijn onstartbare auto hebben we samen het zandpad
afgeduwd met de vermetele hoop hem rijdend te krijgen,
deze inspanning is erg slecht voor mijn astma vond de
hijgende deurwaarder, duwen mogen duerwaarders
nooit, wèl schoonschrijven. Ik doe mijn plicht, mevrouw.
Zo is dat, tot ziens, meneer.


Thera Westerman (1930)
uit: Een mug in de winter (1972)




= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

maandag 6 mei 2013

Manuel Kneepkens -- Landschap met beroete aardbei

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

* dbnl
* wikipedia
* lastige vragen






Landschap met beroete aardbei


Wie een aardbei neemt
zo'n beroete rode
eet zijn jeugd
terug

z'n Moeder, zingend
onder het wasgoed van de wolken
liederen uit de Duisternis

O, als de merels
verstrikt
in Vaders aardbei-net...

In het vuilst van de Mijnstreek
onder de ligusterheg
moest je ze begraven...

Hoor, hoe ze moeizaam musiceren, sindsdien
een Requiem
onder elke voetstap die je zet op aarde

‘Want ik ben de Vredesvorst, de Ware...’
aldus bloost
de aardbei:

‘Wie mij neemt & eet
           eet
           zijn jeugd terug...’

En zie, de kruisbes
& de aalbes
& de klap-
bes

ruisen
& buigen & wuiven
als in Driekoningen-
mantels, brokaat van Aanbidding

‘Dus, Moeders, zoen in mijn naam
            op wangen Nirwanah
           't bloot van jullie babies
           aardbiedig

           Want ik ben de Aardbei
           Wie mij neemt & eet
           eet zijn jeugd terug...’

Aldus zoent de Aardbei de roetzwarte vorst!


Manuel Kneepkens (1942)
uit: Zuiderlinks (1999)




= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zondag 5 mei 2013

Hanneke van Eijken -- Hoe we slapen

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

* vpro (radio)
* interview
* iPoetry








Hoe we slapen

Later zullen ze ons vinden, in holtes
in steen, onder lagen kalk en aarde

ze zullen zich voorstellen, met voorzichtige handen
gruis uit onze neuzen aaien
ons uit kiezelgrond kloppen en vegen

ze zullen nagaan hoeveel licht we vingen
de vleugelslagen die we maakten
het wrijven van onze voeten

misschien vermoeden dat we nachtenlang
keken hoe sneeuwwolken voorbijtrokken
wij onze armen
klapwiekend in de lucht hielden

hoe mijn lichaam onder je handen past


Hanneke van Eijken (1981)
uit: Papieren veulens (2013)




= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zaterdag 4 mei 2013

Jacobus Bellamy -- Het gebrek in Chloris

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



* wikipedia
* literatuurgeschiedenis.nl
* dbnl






Het gebrek in Chloris

Natuur gaf aan mijn Chloris
Heur allerschoonste gaven.
Zij gaf haar schoone leden,
Zij gaf haar tintlende oogjes,
En blosjes op de wangen.
Zij gaf haar, trots de mannen,
En vlug vernuft, en oordeel.
In 't kort, zij gaf haar alles,
Wat maagden kan versieren.
Maar jammer is 't - zij weet het!


Jacobus Bellamy (1757-1786)
Gezangen mijner jeugd (1782)





= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

vrijdag 3 mei 2013

Jozef de Ras -- Een jonge wees bij het graf van zijn boezemvriend

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



* dbnl








Een jonge wees bij het graf van zijn boezemvriend

Hoe pijn'lijk valt het mij van u te zijn gescheiden,
Van u mijn dierb'ren vriend, mijn laatsten troost op d'aard.
Doch heeft de wreede dood ons ook van een getrokken,
Uw hart leeft voort in 't mijn en blijft mijn' liefde waard.

Moet ook mijn teng're harp u reeds een treurzang wijden,
En stort ik op uw graf nog meenige weemoedstraan,
Toch blijft mijn hoop op God, die heil sticht bij de rampen,
En biddend worstel 'k voort op 's werelds oceaan.

Roept soms een frische roos pas op het graf ontloken,
Mij uwe prille jeugd weer sprekend voor den geest,
Dan denk ik aan uw troost, die vroeger me op kwam beuren,
Als 't hart door rouw en smart was heengevoerd geweest.

En richt ik 't oog omhoog, naar het sprekend beeld der smarte,
Naar eenen jongen wilg, die op uw heuvel treurt,
Dan treurt het hart met hem en stamel ik uw name,
Maar niemand is hier meer, die al mijn leed bespeurt.

Mijn laatste troost op d'aard ging dus met u ten grave,
Deez' driemaal dubb'le rouw valt, Heer, mij al te zwaar,
O God! wil me arme wees uit deze folt'ring halen,
En plaatst mij bij mijn vriend en 't dierbaar ouderpaar.


Jozef de Ras (1868-1937)




= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 1 mei 2013

Anoniem -- Herders-lied

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



Herders-lied.
Wijze: Van het Prinsje.

Mijn hutje dat ik bewoon,
Is altijd proper en schoon,
'k Leef vergenoegd onbeschroomd,
Waar mij een beekje bestroomd,
Als ik mijn kudde slechts wei,
Is steeds mijn liefje daarbij,
Dan ga ik met mijn vriendin (bis).
Zachtjes ook veldwaarts maar in. ja ja (bis).

Als zij een deuntje dan kweelt,
Wijl ons de Nachtegaal streelt,
Dan bij dit zoete geluid,
Kus ik haar telkens mijn bruid,
Onschuldig hoor ik haar aan,
Als wij het lommer ingaan,
Ach hoe bevallig en schoon, (bis).
Is steeds mijn liefje haar toon. ja ja. (bis).

Heeft zij haar lied dan gestaakt,
Voel ik mijn hart soms geraakt,
Wyl mij het minvuur dan wekt,
En tot de liefdelust trekt,
Vlechtend leg om haar hals
Ach hoe bevallig; hoe malsch,
Is slechts een enk'le zoen, (bis).
Als men 't eenzaam kan doen. ja ja. (bis).

Alles is stil ik vermoed.
Wyl men de mingod voldoet,
Men zweert standvastige trouw,
Nimmer verzelt door berouw,
Wy zweeren trouw op het land,
Zuchtend reikt zij mij haar hand,
Ach, ach, hoe bevallig en schoon, (bis).
Is dan haar streelenden toon. ja ja. (bis).

Als dan myn brand is gebluscht,
En zy is teeder gekust
Gaan wy als Plebus verdwijnt
En ons de maan weer beschynt,
Zacht maar onze woning weer heen.
Wy leven stil en te vreen,
Ach ach, hoe lieflijk en schoon, (bis).
Is dan myn hut daar ik in woon. (bis).

Herders! gaat gy naar de wei,
Neemt dan uw Liefje er by,
Meê naar die eenzame streek,
Als by een ruischenden beek
Waar steeds Apollo verschynt,
Daar zorg en kommer verdwynt,
Neemt daar u tooverende fluit, (bis).
Blaast er de mintoon maar uit, ja, ja. (bis).


Anoniem
uit: De Geldersche nachtegaal (1870)




= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster