zondag 16 maart 2014

Aart van der Leeuw -- De onbereikbare

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


* dbnl
* wikipedia
* genootschap
* historici.nl







De onbereikbare

Ik woon aan een breed, blauw water,
Gesnater
En wulpschrei sterven wanneer de avond zinkt.
Mijne eenzaamheid wordt kalmer dan en droever,
Tot plotsling van den andren oever
Een roepstem klinkt:
"Kom, vreemdling, kom!"
Een witte hand waart weiflend om,
En door den nevel, zeegnend licht,
Blinkt haar gezicht.

Aan mijne voeten
Schommelt een boot.
Zal dit beduiden moeten
Dat ik hem stoot'
Door 't rusch en ruk mij de armen moe?
Waartoe, waartoe?
Hoe fel mijn sneb de golf ook splijt,
Hoe snel de roeiriem rijst en glijdt,
Wanneer ik de overzij bereik,
Leeft zij toch in een ander rijk,
Verborgen, onbegrijpelijk.

Hoe vind ik haar? Gevleugeld?
Op rossen ongeteugeld?
Hoe moet ik tot haar gaan,
In welken lach, in welken traan?
Of draagt mij 't lied, schuim om de kiel,
Naar 't onbestaanbaar strand van hare ziel?

Ik woon aan een breed, blauw water.
Mijn rietfluit troost mij: later, later.


Aart van der Leeuw (1876-1931)
uit: Herscheppingen (1916)




= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen