dinsdag 2 juli 2013

Albert Verwey -- Titelgedicht

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


* wikipedia
* dbnl
* bloemlezinkje







Titelgedicht

Ik had de wereld van mijn tijd verlaten
En dwaalde in 't landschap tussen kloof en zon
Toen in me opnieuw het spel van klank en maten,
Het stromen van de inwendige taal begon.

Het lokken van een ziel in kinderogen,
Van een gestorven dromer 't zangrig lied,
En de avondrust, hebben mijn hart bewogen
Nog eens te zien wat wereld ik verliet.

Mijn vrijheid voegde zich naar haar beperking
En vond die schoon. Ik zag me als zulk een kracht
Die grensde en bond. Ik juichte om de versterking
Van 't schijnbaar kleine, tot triomf gebracht.

Heb ik dan 't wereldkluwen nu ontwonden?
O neen. Maar toonde als lachend raadsel aan:
Dat schoonst en vrijst zijn wie het vastst gebonden
De wereldwindingen ten einde gaan.


Albert Verwey (1865-1937)
uit: Het lachende raadsel (1935)








Titelgedicht [...] begint met te zinspelen op een blijkbaar sterk ingekeerde periode uit het 
landbewonerschap van de dichter [...] De tweede strofe vermeldt drie aanleidingen tot de 
nieuwe dichterlijke productie [...] De volgende strofe geeft in drie zinnen een karakteristiek 
van elk der drie genoemde reeksen [...] Tenslotte, met een zinspeling op het slotgedicht van 
de eerste reeks, dat nog ter sprake zal komen, een verklaring van de titel van de bundel.
- C.A.Zaalberg


= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen