dinsdag 19 november 2013

Anton van Wilderode -- 4 bomengedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


* wikipedia
* website
* dbnl
* leestafel






Noteboom

De roffel weet ik nog wanneer het grote
waaien van middernacht tegen mijn oren
begon en duurde, ogen toegesloten

en adem op, het dak onafgebroken
belegerd met rumoer van ronde noten
die rinkelden en zwegen in de goten.

De boom van overdag terloops bewogen
en met geduld van takken neergebogen
bestond niet meer was alleen nog te horen.

Des morgens rondgestrooid lagen de blote
withouten vruchtjes uit de schil gestoten
over de paden uitgerold als doden.


Moerbeiboom

Al bijna bovengronds en zonder aarde
de wortels opgewerkt van tachtig jaren,
onschoon geschoord tussen de appelaren

hier en hiertegen toen wij knapen waren
de ladder neergelegd, de merels nader
in bessenmoes de bek, vol zuiver water

de hemel overal, de groene gaarde
van bovenaf gezien een open krater
voor blauwe bijen en libellenparen.

Het paradijs. En geen verbazing later
wanneer de boom met ingehouden adem
zich opsluit in de zaal van zijn geblaarte.


Kerseboom

Mijn zetel in de wolken, neergezeten
in hevigstralend wit hijgend tevreden
een eindeloze lente lang geleden.

Gewiegd op brekelijke takken, even
een korte duizeling met durf bestreden,
de hemel helemaal aan stuk gesneden.

Het veilig klinkerpad loodrecht beneden,
de tuin dwarsliggend, bevende de beemden
het klaverveld tegen de kim gelegen.

Geen lotgenoot, geen ademende tweede
alleen in het heelal overgebleven
voor een verzonnen onluidruchtig leven.


Vlierboom

Ik weet nog hoe de vlierboom was, veel ouder
dan mensen mogen worden en vertrouwder
met ritselingen rakelings langs mijn schouder

tussen zijn zwarte bessen neerwaarts (ingehouden
de voeten halfweegs naar het huis der ouders)
vol groene vleugels die zich openvouwen

tot holten waarin vogels nesten bouwden
en kevertjes als aan vliesdunne touwtjes
elkander op en neer gezelschap houden,

zijn judasoren open naar een louter
langzaam gerucht van regen uit het blauwe
en naar de prikkelingen van de eerste koude.



Anton van Wilderode (1918-1998)
uit: De overoever (1981)








= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen