woensdag 10 december 2014

Jacob Groot -- Ik getuig

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


* wikipedia
* dbnl
* de harmonie
* poetry










IK GETUIG

1
Er is geen reden om een oorzaak aan te nemen waar een motief 
ontbreekt

Hoe de windvlaag vertrekt naar het raam waarachter
de kamerplant wacht vertelt iets over een aankomst

We komen aan maar we zijn ook vertrokken

De tussentijd is geen passage in de zin van een voorbijgang

Juist de oogwenk waarin het huis langs de moestuin splijt in een
volkomen ontbloting als de trein precies op dat moment door de
bewoner wordt waargenomen herleidt de bewoner tot een 
getuige van een wonder

Een wonder is een voorval zonder motief

Een motief is een wonde, zonde van de pijn, een pijl doorziet
de bewoner, gezonden door een onbekende, die hem gadeslaat,
vergeet, vertreedt, betrapt in de kamer waar hij bij staat, in het
huis dat hem een korte stonde kleedt, te midden van de meubels,
voor het raam, gebreid in gordijnen, in gesprek met iemand, zijn 
vrouw, een vrouw, een bezoeker, op de achtergrond van het 
toneel, opzettelijk vrijwel onzichtbaar, hoewel niet, zoals de
trein, op het punt te verdwijnen, zodat hij wijst, op hetzelfde 
moment al bijna afwezig voor wie hem doorziet, met zijn hand 
naar de voorbijgang, waarna de vlakte, verlaten zoals haar 
metafoor vereist, gesierd door de populier, het huis tot symbool
verheft, de sjablone wist van de trein, maar de man kristalliseert

Deze vier, de boom, de man, het huis, door de vlakte
geschraagd, door de wind bestierd, deze vijf, aan het licht
gebracht, door het licht gedragen, deze zes, voor het beeld
vervaagt, door het duister beslagen, deze zeven, na
een pauze, door het broodmes gesneden, dageraad, geef
acht, gekarteld de rand, vol bloed over het graan
om het huis, overeind gebleven, de hond blaft
maar de man slaapt, dezelfde slaap, in de gloed
zijn ogen, naast de ander gelegen om wie
als het goed is zijn handen liggen, deze negen
wegen de grond

2
Het gebeurde voor ik het wist

Ik noemde hem nog niet mede de mens of hij zat al naast me

Was hij het echt?

Ik ging in zijn trein voorbij

De rivier woei langs, de golven vlogen aan flarden, de boten
doorboorden de torens die omvielen, de vlakte ging opzij, de tijd
schoot ons op, het was zover, het was zo ver, het was zo over

3
Neem ik het licht, geef jij het duister, neem
mij vol licht, zonder jou, zonder te zien wat
ik wou, weet jij het, vraag me niet hoe, bekijk
het maar vergeet het, geloof me, ga weg, beloof

me dat ik lieg, doe me dicht, bedrieg je
zelf, zo spreekt de ware, de ene, hoe heet
ie, de bron, de zon, de rest, de wieg, het loon,
de straf, blijf bij me, dan kom ik, verlaat

me, dan blijf ik ook, maak me af, sta ik
op, in de stilstand voorbij, alleen, in de stroming
stil, aan de rand versneld, zo begrijp ik, zonder

iets te hebben gevoeld, pijl in een andere
hand, de positie die ik inneem zonder me
te verplaatsen terwijl ik ga, in allerijl

4
Ik weet precies wat je bedoelt

Als een orale nadert de finale, wie luistert ziet het voor zich,
in het begin werd ik overrompeld door rolmodellen die ik, een
kop kleiner, volgde uit de verte, mannen in pakken die met hun
adem bedwelmden m’n oren door m’n lichaam te vervangen aan
de hand van hun knowhow op ieder gebied, zoals een kind, want 
dat was ik tenslotte, geniet van de rook uit de mond van een 
fabriek in de vorm van een fallus

Ik weet precies wie je bedoelt

Daarna, in het vervolg op de aanvang, raakte ik persoonlijk
gefascineerd door hem, nauwelijks ouder dan ikzelf, want daar
ging het om, vanwege de lichamelijkheid van zijn kleren, de
truitjes, de jasjes, maar ook de lippen waren genaaid, later zag ik
dat zijn hele lichaam kledij was, zijn stem een borduursel,
gekocht in een honkytonk, zijn leven een breipatroon, bouwsteen
van de wereld die ons afbrak om het bedrog na te blaffen, de 
jachthond Jagger, zonder de gezongen klank van boete, vol zonde 
in de grond van de stemband niet de pracht naar de verlossing te 
dragen, maar te vervallen in het neuken, het janken naar mama
met de benen open terwijl z'n ballen de bank binnenlopen, in de 
draaideur een neger

Kon het dan anders?

Toch getuige die ene, Jansen geheten onder een andere naam,
man noch vrouw, lichaam noch geest, pose noch reflectie,
falsificatie noch mystificatie door de verheffing in stijl, mummie
van het belijden dat hij namens ons, door ons betaald, de pijn
verzachtte door te zingen hoe hij onzuiver leed, laat ik het 
scherper zeggen, dat hij zich voordeed aan de spiegel die hem 
opnam als een rimpeling, dan als een barst, dan als een 
versplintering, dan, in een kroning tot een wonde, diep in het 
eigen vlees, als icoon, niet weg te poetsen verworvenheid

Wat was dat in godsnaam voor een tijd?

Surrealistisch waren de getuigenissen van allen tezamen met 
betrekking tot steeds die ene gebeurtenis die te denken gaf
omdat ze golfde, maar ze golfde omdat ze stroomde, en ze 
stroomde door onder hoge druk tot stand te komen zonder enige 
noodzaak

Ze golfde omdat ze deel uitmaakte van de zee die de tijd heet?

Er was geen enkele reden om zo te leven, er was alleen de angst, 
onwerkelijk in feite, om te verdrinken, vandaar, bij monde van de 
bedrieger, cosmetisch zijn keurslijf, de dwanghandeling van de 
zwanenzang

Dat klinkt barok

Ja, barok klonk de tijd, populair zong de stem die commentaar
gaf, schlager van de voorbijgang



Jacob Groot (1947)
uit: Nieuwe zon (2014)








• Speel het gedichtenspel

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen