zondag 13 mei 2012

A. Roland Holst -- In memoriam Charles Edgar du Perron en Menno ter Braak (I)

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =




* dbnl
* vpro
* wikipedia
* In memoriam (compleet, pdf)






In memoriam Charles Edgar du Perron en Menno ter Braak (I)

Omdat ook hier de aan bod gekomen wereld
hun wereld brak, gingen zij, broederpaar,
— gelijk zij, door de voorvlagen omdwereld,
zich weerden naast elkander — naast elkaar
den dood in, dit bloedjaar.

Zij wisten van geen wijken, van geen zwenken
binnen het streng perk, dat het lot hun bood.
Het leven sloeg, slaags rakend met hun denken,
hen daar tot mannen, en thans heeft de dood
tot menschen hen vergroot.

En, de nacht in van zijn spoorlooze ontferming,
droeg hij, met hen, hun taal weg uit dit oord —
Haar nam hij in voorloopige bescherming:
bij hem alleen geldt van dat goede woord
de zin nog onverstoord.

Zoo is, voorzoover iets het hier nog zijn kan,
het goed, want geen van beiden was in staat
verder te leven ook maar in den schijn van
knechtschap — en dat is waar het thans om gaat
voor wie zijn van hun maat.

Hun zin was niet mijn zin, en tot de jaren,
waarin wij vrienden werden, wist ik niet,
dat ik eens woordvoerders zooals zij waren
met trots zou nooden binnen het gebied,
dat mij de wereld liet. —

En nog wel laat; — ik zeg het haast met schaamte,
denkend aan hen, en aan die wereld, waar
zij inderhaast niet meer dan hun geraamten
aan gunden, waar zij stonden naast elkaar,
voor de afreis kant en klaar.

Dat de een den dood moest roepen, die den ander
toen snel ontbood — 't is bijzaak voor wie blijft
binnen een Troie dat ontploft in branden
en met als Helena een dor wild wijf,
dat jammerschreeuwt en kijft.

Dat is wat zij, in hun perk niet voorzagen —
noch dat de Ontembre thans tegen de Stad
haar meest gehate horden op gaat jagen:
door wat haar loochent in een wild bloedbad
stortend van haar vergat.

Zoo bar werd de ontrouw, dat zij door bezeten
ketters haar wraak ontketent, en het haar
koud laat of dezen weten of niet weten,
wat of zij doen, als zij de wereld maar
brengen in doodsgevaar.

'k Voorvoelde 't jaren lang en nu het doorbreekt
loop ik vol leven, ik sta blank en wacht
de springvloed, en mijn oog smeekt en mijn oor smeekt,
dat ik het waar mag nemen voor de nacht
valt waar het graf mij wacht.


A. Roland Holst (1888-1976)







= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://lists.freeteam.nl/mailman/listinfo/coster-l

donderdag 10 mei 2012

Ida Gerhardt -- In memoriam

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =


* genootschap
* kb
* website
* wat gedichten
* voorgelezen gedichten





In memoriam

Met duizend fijne zaden
ving het te sneeuwen aan,
de ongerepte paden
ben ik alleen gegaan.

Roerloos ligt het volkomen
herschapen land om mij, –
die mij werd weggenomen
nu is hij zó nabij.

als nadert een ontmoeten
in deze sneeuwen laan, –
ik zie het spoor der voeten
waar wij tezamen gaan.


Ida Gerhardt (1905-1997)
uit: Kosmos (1940)






= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

dinsdag 8 mei 2012

Rudie van Lier -- De gestorven scholier

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



* wikipedia
* dbnl
* pdf van bundel Praehistorie






De gestorven scholier

De Meester:
Hier ligt Van Lier, tot schrik van booze kinderen,
Die lui zijn en hun plicht niet kennen;
Met wijze lessen kon men niet verhinderen,
Dat hij verdierf en niet aan school kon wennen.

Stem van Generzijds:
Leert vlijtig, o gij brave kinderen,
En drinkt de wijze woorden die gij hoort,
Dan zal het lijden wat verminderen
Van mij, die door het kwade werd bekoord.

Denkt niet aan zeeën en aan winden,
Wanneer de meester op het bord
De x-jes zoekt. En o, mijn brave vrinden,
Zorgt dat gij nimmer tranen stort,

Als ik die nu de wrange vruchten pluk
Van slechte cijfers en van beurten ongekend,
En zwerven moet ver van 't geluk
Tot 'k mij aan overluchtsche scholen heb gewend.

Hoedt u voor domheid en voor romantiek,
Ziet hier hoe kwaad het mij is vergaan.
Die jong reeds, oud van geest en melancholiek,
De eewigheid ben ingegaan.

De meester:
Hoort kinderen, dit berouw uit overluchtsche streken
En trekt hieruit een nutte leering,
En denkt niet dat ik sta te preken,
Want wat ik zeg is goddelijke bewering.


Rudie van Lier (1914-1987)
uit: Praehistorie (1944)






= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zondag 6 mei 2012

P.A. de Génestet -- Mooi-weerslied

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =




* wikipedia
* kb
* dbnl
* gedichten
* gesproken portret





Mooi-weerslied

Een zonnestraal,
Een wonderstraal
Is in mijn borst gedrongen:
Mijn matte ziel herleefde weer,
Ik twijfel en ik haat niet meer
En heb mijn lied gezongen.

Een blij geruisch
Om 't zonnig huis
Verkondde mij den vrede.
Van liefde en lof klinkt heel mijn hof,
't Juicht alles en geeft juichensstof:
En noodt: o dank toch mede!

'k Was huivrig kil
En somber stil,
Wel zeven lange dagen,
Het was ook triestig in mijn hart;
Daar hing een lucht vol zorg en smart;
Er huilden gure vlagen.

Ik had geen lust,
En vond geen rust:
'k Was treurig, of daarbinnen
Een booze geest had uitgestrooid,
Dat 's Hemels blijde zonne nooit
Weêr de aarde zou beminnen.

Nu wekt haar gloed,
In mijn gemoed,
Een vreugd niet uit te spreken!
't Is of er bloemen open gaan,
En lentenachtegalen slaan,
En strakke windslen breken.

't Is of mijn hart
Betooverd werd!
Waar vloden al mijn zorgen?
Weer heb ik iets van 't vroolijk kind,
Die 't leven zag, in rozentint,
Een korten, blijden morgen.

Mijn harpe beeft,
Mijn harte leeft
Een zalig liefdeleven!
Daar, wie mij griefde, daar, mijn hand!
En neem mijn liefste bloem ten pand,
Dat ik u heb vergeven.

Hoor gij mijn dank,
In 't blij gezank,
O God der bloeiende aarde!
Die licht en geur on vroolijkheid,
Mild in mijn ziele hebt verspreid,
Als in Uw lentegaarde.


P.A. de Génestet (1829-1861)






= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

donderdag 3 mei 2012

Sjoerd Kuyper -- Zo'n dag

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =



* wikipedia
* website
* dbnl
* sjoerd kuyper zingt
* Het heelal van jouw hart





Zo’n dag

Een dag waarop de liefde lustig bloeide,
vol regen eerst en daarna zonneschijn,
zo´n dag waarop mijn hart voortdurend jubelt
hoe mooi het is om jij en ik te zijn.

De kinderen waren hier, en ook de kleine,
die heel de wereld nieuw maakt, ongezien.
Kon ik maar altijd leven in september,
maar da´s waarschijnlijk meer dan ´k verdien

Oktober komt, november en december,
kastanjes houtvuur, storm, het laatste feest,
waarop wij samen vieren dat het mooi was
om jij en ik en ik en jij te zijn geweest.


Sjoerd Kuyper (1952)
uit: Het heelal van jouw hart (2012)






= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 2 mei 2012

A.C.W. Staring -- Adeline verbeid

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =




* wikipedia
* verhalen en gedichten
* dbnl
* gezongen ode aan Staring





Adeline verbeid

Schooner prale uw milde lentezegen,
Bloemrijk oord, langs Adelines wegen.
Nachtegalen, juicht haar ‘welkom!’ toe
Als zij nadert, wie ik hulde doe.

Paart uw lied aan ’t lied der filomeelen,
Minder zangkoor, uit de hooge abeelen.
Laat het meigroen met het beekkristal
Samenruischen, bij den waterval.

Moge uw schaar, gij zefirs in de hagen,
Balsemgeur haar offrend tegendragen.
Toeft niet langer! Adeline komt!
Zwevend naakt zij, en mijn zang verstomt.


A.C.W. Staring (1767-1840)





verbeid = (wordt) verwacht
filomeel = nachtegaal
zefir = zachte, luwe wind





= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

Marten Toonder -- Barlemanje

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =




* wikipedia
* Toonderjaar
* dbnl
* kb







Barlemanje

't Was grol en gloei
en slomig broei
in lure, slore stirren.
Het was sar stomig in mijn krol,
daar stonk een kwalm van schit en brol,
er sloomden glome knirren.

Ik trok geen moen
en zoog geen droen.
'k Was grollig, daar mijn kleddel
de vale walm had ingewigd
en norksig drielde naar de schicht,
die wijlde in de peddel.

Nu dralleboort
een vuurgaljoort
en knaspert door de klijven.
't Is of er stolen glomen gaan
en moenen in de krolle slaan
en stoffe stekkels stijven.

Nu gaar ik kwas
en werp ik stras,
nu is de moen gevangen.
Ik trek een gloederige sproet,
(als kwalmerige peddel doet)
en droen dralt door de prangen.


Marten Toonder (1912-2005)





= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster