zaterdag 22 september 2018

Willem Brandt -- Reisverhaal

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl











Reisverhaal

Wij gingen ten anker
in het noordwestelijk deel van de Humboldtbaai
- een kale heuvel zonder water -;
het was januari 1910.

Tegen de middag vonden wij
een sagomoeras, maar ook
een klapperbos en een heldere bergbeek.
Een zeer welkom gebied!

De rookpluim van de Paketboot
werd al vaag aan de horizont.

Wij volgden een brede rivier
die slechts tot de 142ste graad bekend was,
met zeventig dajakse roeiers.

Pijlen zwermden over ons heen.
Dit was bij een hangbrug van rotan,
vernuftig gebouwd.

Twee baardige pygmeeën legden wij neer;
zij lagen er nog omstreeks drie weken later:
twee skeletjes, geprepareerd door insecten en wild;

een goed merkteken in de rimboe,
een interessant wetenschappelijk geval.

Prof. dr Leonard Schulze nam ze mee in een waszak.
Hij heeft er een dik boek over gepubliceerd.


Willem Brandt (1905-1981)
uit: Reizend achter het heimwee (3e dr, 1977)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

vrijdag 21 september 2018

Willem Thies -- twee gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

npe
website
wikipedia
podium
youtube








Excuses, maar u bent op zoek naar iets wat niet bestaat.
Beenderen stralend geschuurd door lagen zand.
Vleesetende paarden in dromen, razend.
Een gedicht losgebroken uit zijn witte kerker.
Een visser onder de stolp van een paraplu, haringogen, grondboor,
ribben van glasvezel, in het ochtendvochtige gras.
De kom van een roodkoperen duikhelm op de bodem van de zee,
beschadigd (lassen met fosforbrons), naast een intact scheepswrak.
Lange tafels waarop kaarsen bloeien.
Een tweedehands stuntauto, in goede staat, doodbestendig. Een berm
overgroeid met zwarte klaprozen. Bijen zwermen
in en uit mijn mond.
Ik lig met mijn gezicht op het matras als bij een rugmassage -


*


Leefden wij als de dieren

Kleurt de zon overdag potgronddonker - laat ons slapengaan.
's Avonds het raspen der krekels, 's nachts het klepperen van
de ooglidvleugels der motten tegen een lamp - kunstmaan.
Een hagedis gaat schuil achter een luik op het middaguur, schichtflitst
en glipt als watervuur. De zomer strekt zich lang en log uit, alles ligt
laag en deint, de winter is een stille, witzwarte pit, wijd en tijdeloos,
de adem vertraagd, het foerageren verdaagd. Leefden wij als de dieren,
wij hadden een doel en seizoen.


Willem Thies (1973)
uit: Na het paringsritueel (2018)





• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

donderdag 20 september 2018

Peter Theunynck -- Liefde in tijden & Koning Den

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

dbnl
website
wikipedia









Liefde in tijden

Toen liefde geen vreugde meer vond in haar dierlijkste driften,
toen ze genoeg had van al dat bloedende gestuntel,
zocht ze het in de zucht tussen tanden en tong,

begon ze te articuleren. Klanken werden gesmeed,
zacht en kneedbaar als hamsters. Ze spraken met vuisten
van zuiver fluweel. Vonden gehoor bij het zogen.

Toen werd bedacht: de gewapende hand verbrijzelt de vrucht.
Toen werd bedacht: geweld baart zelden een held.
Toen werd bedacht: gevers zijn betere krijgers.

De bijl werd geborgen. De daad werd geruild voor het woord.


*


Koning Den

Op een dag was er voldoende te eten.
Toen bouwden we steden
langs grote rivieren. De een ging uit
werken, de ander leerde bevelen.

Er waren regels nodig.
Wie ze verzon, voorzag
zichzelf van hermelijn.
Zo begon het heersen.

De sterkste armen grepen
met legers om zich heen.
Men liet zich dienen. Anderen
dansten een tijdje naar je pijpen.

Kwam er sleet op je koningskleed,
dan sleep je stenen, haalde uit.
Er werden slagen geïncasseerd.
Bloed genoeg om te vergieten.

Om te vergeten ging je voor de leeuwen.


Peter Theunynck (1960)
ui: Tijdrijder (2018)





• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

woensdag 19 september 2018

Arie Gelderbloem -- vier gedichten

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

dbnl
babelmatrix
wat gedichten









brief

precies op het moment dat hij besloot de brief te gaan posten
viel er een brief door de bus, geheel gelijk aan de brief die
hij wilde posten, hij was zelf echter de afzender niet en toch
was het zijn handschrift of was hij toch zelf de afzender?

precies op het moment dat hij besloot de beide brieven
te gaan posten, werd er gebeld en overhandigde een
postbode twee brieven die geheel gelijk waren aan de
brieven die hij wilde posten, hij vroeg zich af wie de afzender
was en hij zag in de spiegel acht brieven liggen allen
door hemzelf verzonden terwijl hij er toch maar vier
dacht te bezitten

precies op het moment dat hij ze alle twaalf wilde gaan
posten, werd er gebeld en overhandigde een gebaarde man
hem 24 spiegeltjes, even groot en even wit als de brieven, echter niet
vierkant maar rond, echter toch van dezelfde vorm, waarna
de 288 brieven zeshoekig werden en de kamer draaide, draaide


*


Het regent

het regent en het regent die verhalen
hoe de doden geleefd hebben op zulke
dagen met de kleur van geen kleur
terwijl iedereen zich vaster houdt in het hoofd
en niemand iets roods tovert en het regent
hoe een natte paraplu aanvoelt met dat
vreemde aan hemel en het regent tegen
de minuten aan met een berustend drinken
en denken hoe de levenden de middag
zin geven zonder al teveel onzin
en het regent terwijl je hoopt dat de douche
rozen zal sproeien en het regent opnieuw
die fantasie dat elton john je broer is want
zoveel tranen hebben je ogen wel om hoe
het voorbijgaat met een zachte pijn van
suiker in azijn en het regent een beetje
wonderlijk hoe de levenden zullen leven
als jij voorbij bent en de zon schijnt en
jij opnieuw passeert in hun verhalen zonder
de waarheid die je zo goed kende als het
regende en hoe dan een paraplu aanvoelde
met dat vreemde aan hemel

15-7-1973


*


Metro

Mannen en vrouwen met gisteravonden en eerder
in koffer, handtas en hoofd, spelen vrijer
met hun electriciteit

er is een bewegen dat vooruitdenkt, de
oude man wordt nog een jaar gegund en de vrouw
in het wit zit gewoon te trouwen van ja
tegen het kind

dat me aankijkt van zoveel ben ik groter
en inderdaad hij zal later gaan op zijn
laatste reis

waar allen aan denken in een lichaamsdeel
vol nacht, dat niet door zon wordt gestoord

ik stap uit, van plan meer te leven dan
anders


*


Verjaardag

mijn moeder was jarig en hoewel haar pols
er niet bij paste gaven we haar een armband
en hoewel niets bij niets paste was oma er
en ze had haar hele leven rechts gestemd
en ze lachte nog, 78 jaar oud en even jong als ik
bekeek ze de foto's van toen ik 3 was, toen ik 10
was, en de poolse tante was er en mijn vader
stond meer dan hij zat en er ontstond
verwarring over het serveren van drank
en oom evert had weer 3 tanden minder
maar ook hij lachte evenals de poolse tante,
en tante lida was even goed als altijd voor een ieder
en voor haar man, die niets meer zien kan
en een kunsthand heeft en die daarom goed
op de hoogte is van alle radioprogramma's
want hij kan nog heel goed horen en hij zei
dingen zomaar zonder gezicht en ook
oom henk wilde alles weten over de nieuwe
loods op mijn vaders fabriek en mijn vader
zei het en lachte en ze lachten allemaal en ook mijn
moeder zei met alles: ik ben jarig, ik ben jarig
en hoewel niets bij niets paste
was alles goed en mijn oma bekeek mijn foto
van toen ik pasgeboren was.


Arie Gelderblom (1945-1991)



Als man zou ik het goed met je willen kunnen vinden, als dichter waardeer ik vooral je humor en je zwartgalligheid, als discipel heb ik echter redenen precies hetzelfde omgekeerd te vinden.
• Arie Gelderblom in een brief aan Gerrit Komrij



• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

maandag 17 september 2018

J.G. Danser -- In den avond & Melissa

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

dbnl











In den avond

Des avonds buigt mijn loome mijmring over
Naar haar, mijn lief, en naar haar stil gemoed:
Zoo nijgt een boom soms wel zijn bronzen loover
Over het koele water aan zijn voet.

En ik word droef. Want derft mijn ziel de toover
Dier lieve stem die 't wrangst gemis verzoet
Dan welkt mijn trots en ben ik naakt en poover,
Alleen verschroeid door felle hartstochtgloed.

Dan troost mij niets en schrei 'k in bange klachten
De helse pijnen mijner angsten uit,
Dan streelt mijn smart de somberste gedachten,

Tot mij de slaap de brandende oogen sluit
Om eindelijk mijn wezen traag te omnachten
Met zwaren droom, verscheurd door geen geluid.


*


Melissa

Dat nu dit eene zacht-herlezen woord
Zoo diep mijn zwijgend mijmren kon ontroeren
En tot die traag-vervaagde erinnring voeren
Als had mijn luisteren haar naam gehoord.

Dat was geluk: door angst noch lust gestoord
Schreden wij over winters sneeuwen vloeren
En spraken samen in een zoet vervoeren
Van wat ons in dit leven had bekoord.

Het was maar kort en 't lijkt een vreemde droom
Waarin zij tot mij kwam en tot mijn peinzen
Gelijk een bij naar hoven vol aroom.

En sinds: ik vond niet wat ik zoo behoef,
En zoo mijn woorden luid soms blijheid veinzen,
Mijn ziel is stil en vol verlangst en droef.


J.G. Danser (1893-1920)
uit: Ontmoetingen (1917)



Het kleine bundeltje, door J. van Krimpen te 's-Gravenhage verzorgd, bevat in zijn vierentwintig sonnetten een poëzie van weekheid en zinnelijke gevoeligheid die aandoet als de laatste schoonheid van een voorbijgegaan tijdperk. Weemoed en verlangen, zachte genieting en angstige leegheid, broze aandoening en vluchtige ontroering om al wat, vergankelijk, troost en belooft en zou willen sterken, áls het maar niet zoo voorbijgaand was, en het hart zijn eigen bron van sterkte in zichzelf bezat.
Albert Verwey



• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zondag 16 september 2018

Ester Naomi Perquin -- Testament

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
kb
dichter des vaderlands
website
leest voor






•• In zijn sonnettenproject op Neerlandistiek.nl behandelt Marc van Oostendorp de ontwikkeling van de Nederlandse taal aan de hand van 196 (14x14) sonnetten. De laatste reeks van veertien is op speciaal verzoek door veertien dichteressen geschreven. Veertien maandagen lang kunt u hier steeds een van die sonnetten lezen, inclusief beschouwing. Vandaag nummer elf. De eerdere sonnetten waren van Lieke Marsman, Delphine LecompteMieke van ZonneveldHester KnibbeElly de WaardSasja JanssenAna RoelofsDewi de Nijs BikMaria Barnas en Astrid Lampe.



Testament

Somber waren we. Somber, oud en vrolijk. Een laatste
bloedeloze zomer, alleen op afstand te verdragen.
Je was zo bleek geworden, mager. Bij daglicht
minder op je plaats dan ooit.

Afijn, zei ik, de laatste levensdagen. Je kuste mijn wang.
We rookten, beschaamd, om wat er over was.
Na alle grappen, wijn, volgehouden mensenhaat
en poëzie – we wisten niets.

Dit, zei je, moet het dan maar zijn. Schrijf jij maar
dat ik slordig was. Slordig. Gretig. Bang en
goed gekleed. Zes woordenboeken oud.

Aufwiedersehen,Schwesterlein. Lijdend aan liefde,
de greep van het café – de zon zakt straks
weer richting hel. Alle idioten vieren feest.


Ester Naomi Perquin (1980)


Misschien rest ons, oog in oog met de dood, niets meer dan de taal, de juiste formulering, het goed gekozen woord. Dit gedicht gaat over een gesprek met iemand die dood zou gaan en is tegelijkertijd een gesprek met een dode, die met je wordt aangesproken, en daardoor in de veertien regels van het sonnet weer heel even komt praten.

Het is een sonnet van opsommingen, van tegenstrijdigheden. “Somber, oud en vrolijk”. “Grappen, wijn en volgehouden mensenhaat”. “Slordig, gretig, bang en goed gekleed”. Juist doordat het niet bij elkaar past, lukt het daardoor om letterlijk met een handjevol goed gekozen woorden de bloedelozezomermiddag op te roepen. En de allermooiste woordgroep is volgehouden mensenhaat, waar een heel karakter in verborgen zit.

Wie de Nederlandse dichtkunst van de afgelopen jaren een beetje heeft gevolgd, herkent de dichter erin: Menno Wigman, en in het bijzonder diens gedicht ‘Rien ne va plus’ uit de bundel Slordig met geluk, waarin hij zelf een andere dode dichter aanspreekt en tot leven wekt: Slauerhoff.

Maar waar Wigman Slauerhoff heel pessimistisch liet zijn over het schrijven (zijn gedicht eindigt met de regel “Had je maar nooit een gedicht gezien”), daar laat Perquin Wigman toch nog een beetje aan de poëzie vasthouden. Althans, hij geeft haar toestemming om te schrijven dat hij ‘slordig’ was. En dat doet ze dan ook meteen, in een sonnet, toch eigenlijk meer zijn genre dan het hare. Een sonnet dat begint met het woord somber en eindigt met het woord feest, en dat alleen al daardoor steeds treuriger wordt.

• Marc van Oostendorp






• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster

zaterdag 15 september 2018

A. Roland Holst -- De tusschenkomst

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

wikipedia
dbnl
letterkundig museum
citaten








De tusschenkomst

Bij mijn tafel, toen de kamer donker werd, kwamen
uit de voortijden twee gedaanten staan, en zij
wezen op een kristal, roepende mij bij namen
van wind en licht: de dood rees als een maan in mij.

Maar ruischend kwam een derde
en wees naar de rand wolken,
die in het gouden westerraam lagen gedoofd:
ik zag, en weedom om de puinen van de volken
zonk in mijn hart toen hij zijn hand legde op mijn hoofd.


A. Roland Holst (1888-1976)
uit: De wilde kim (1925)




• Leest allemaal de Onze Taal. Of Zone 5300.

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere dag een gedicht per mail.
Aan- en afmelden: http://high5.nl/minimalist/?l=laurensjzcoster