Laurens Jz. Coster
zaterdag 26 juli 2025
Remco Campert • Geboren, ben ik, nu nog
Geboren, ben ik, nu nog,
28 juli 1929 in Den Haag
zoon van mijn moeder
zoon van mijn vader
het weer was mooi
was het weer mooi?
zand van de stoepsteen
wpoei in de voortuin
mijn moeder was zacht en in de war,
een jonge actrice die een kindje kreeg
waar begint het leven?
waar eindigt het?
ik een geliefde dikke babyflop
in windsels,
mijn vader een verhaal
van zijn vrienden
(getennist
schijnt hij zelfs te hebben)
Den Haag, toen een stad
als men er de blaadjes op naslaat
van de boertige beau monde
Holland op zijn best if ever
twintiger jaren arme scott je broeken
je boeken niet
Russische les franse leçon sévère
met jonge duitse assistentes
Amerika? daar was alles mogelijk
mocht alles ooit misgaan
Alain Teister en Remco Campert
woensdag 16 oktober 2024
Anne Provoost • novem
novem
de aanvaarding
De getroffene probeert aan de pijn te
ontsnappen door erin mee te gaan
*
ik hoorde god grommen
ik hield me muisstil
mijn zenuwen ratelden seismisch
maar dat nieuws zal vandaag niet ver reizen
praten was voor het uiterste geval
op een andere datum op een andere plaats
want ik had een accent als een stotter
dus ik wachtte tot het woei
en het woei uit de tijd inderdaad
en er klonk hoog gekraai
in het klokkengeluid van alle godsdiensten samen
en ze raakte me aan
zoals de kapper je nek scheert
ze was niet veranderd
ze was zoals toen luisterklaar
ze vroeg naar ons thuisland van vrienden die langskomen
ze had blauwwitte tanden
ze leerde me mijn eeuwige geheugenkind kennen
eerst droeg ze het op haar arm
daarna moest het lopen
ik dacht aan haar dus dacht ik ook aan hem
Koo was zijn naam
de humeurige aap
geen man maar een trein
die hoopte medailles en lof te krijgen voor zijn begerige belangstelling
voor meteorologische voorspellingen
hij bad volgens het boek
hij brandde een lamp op het water
en hield de tocht uit zijn mond als hij praatte
het is de woorden niet waard
mijn vingers gingen over de aren
waarom deed ik zoiets reddeloos als bidden voor een vrouw die me
laadde en stilstaan in waanzin
in tijden met niemand nog thuis zoals het miljoen reizigers met slechts één koffer
geen kat met een rat in de maag als verloning
voor alles waren we gewaarschuwd
voor de druk op de heup, voor de gal in de strijd
want wie wil er nog kijken naar aandacht die pijn doet als hij de
aandacht kan eisen met fluiten en krijsen
dus ik vatte het plan op om nooit meer de wateren waarin ik wilde
vissen te storen
maar ik voelde dus dat iemand me net niet had geraakt
tenzij met haar haren
totaal onverhoeds
het kon ook een man zijn
bijvoorbeeld mijn vader
Anne Provoost (1964)
uit: Decem (Querido, 2024)
Decem. Ongelegenheidsgedichten voor asielverstrekkers
Een jongeman meent zich alles nog te herinneren: hij stapte in een bootje op zoek naar een land met een tandarts, zijn vrouw bleef in het water achter en werd door vissers begraven, en er was ook nog ergens een kind. Door de shock verliest hij het zicht op de gebeurtenissen, maar zijn verblijfsvergunning hangt af van hoe geloofwaardig zijn rouw klinkt. In een reeks ongelegenheidsgedichten veegt hij zijn ondervragers met cynische precisie de mantel uit.’
(Querido, 2024)
• Omslag: Steven van der Gaauw • Portret: Mathias D’Haen
maandag 3 juni 2024
Babs Gons • Tot de aarde laat zien
• Dichter des Vaderlands Babs Gons is een van de dichters die optreedt (met onder meer onderstaand gedicht) op het Poetry-festival, dat vanaf donderdag in Rotterdam gehouden wordt. Coster-abonnees kunnen er met korting heen. Kijk onderaan deze mail voor de bestelinformatie.
Tot de aarde laat zien
er is geen tijd
als een geliefde
zich onder het puin bevindt
geen adem
geen rust
geen wet
geen rede
want als liefde niet
overal dwars doorheen
groeit en graaft
dan zouden we niet
zo hartstochtelijk bestaan
als een geliefde
zich onder het puin bevindt
dan lichten we op in het donker
worden handen graafmachines
dan bolt kracht zich op in bundels
in spieren
in verstrengelde handen
het hart slaat de maat
van het omploegen
van elke centimeter
tot de aarde laat zien
wat we liefhebben
en we dat kunnen vangen
in de talloze armen
van onze hoop
Babs Gons (1971)
2 februari 2024 — Gedicht naar aanleiding van een explosie in Rotterdam-Zuid, waarbij een appartementencomplex instortte.
• Foto: Bianca Sistermans
•• In de laatste regel van het gedicht van Hans Andreus van vrijdag was een woordje terechtgekomen dat daar niet hoorde. Excuses. De juiste versie staat hier.
•• Liedje van de dag van Jeong Hun Hi (uit de film Decision to Leave).
•• Dagboek: 1 juni 1969: Maarten ’t Hart over Jung’s gebrek aan humor.
•• Dagboek: 2 juni 1998: Boudewijn Büch heeft een intense depri-dag.
•• Dagboek: 3 juni 1932: Harry Graf Kessler hoort dat de Bundestag is ontbonden.
•• Met korting naar Poetry: met de onderstaande kortingscodes krijgt u een korting van 20% op een dagkaart. Ga naar de ticketsite van Poetry, selecteer de dag(en) van uw voorkeur en gebruik eeen van de volgende kortingscodes: Openingsavond: COSTER20THURSDAY; vrijdag: COSTER20FRIDAY; zaterdag: COSTER20SATURDAY; zondag: COSTER20SUNDAY. Er verschijnt dan een ticket met de naam Coster20. Klik op de +, selecteer het aantal kaartjes, plaats de bestelling en reken af. U ontvangt de kaartjes per e-mail.
* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *
• Laurens Jz. Coster — iedere werkdag een gedicht.
• Redactie: Raymond Noë
• Aan- en afmelden.
maandag 19 december 2022
CV & abonneren
• Lees hier het cv van het Laurens jz. Coster-project.
"Een bloemlezing in dagelijkse afleveringen."
Jo Gisekin • Winter
•• In Klein schildersboek staan de beeldgedichten centraal die Jo Gisekin schreef bij bekende schilderijen vervaardigd door ‘Leieschilders’ — schilders die zich lieten inspireren door de rievier de Leie, zoal Roger Raveel, Gustave van de Woestyne (broer van Karel) en Gustave De Smet. De schilderijen zijn ook in de bundel opgenomen. ‘Winter’ is geschreven bij een schilderij van Albert Saverys (1886-1964).
Winter
Kieren zijn gedicht. Huizen pakken
geblinddoekt
eenzaamheid in. Verzinken als
tuinkabouters
in het sprakeloze van de grond. Stilte
houdt zich
gedeisder dan ooit.
Dit is het bijna niet bestaan.
Sneeuw weerkaatst, spuit gensters in
zwarte bomen
een hond loopt blind zijn adem
achterna. Wij smoren
klanken binnensmonds. Galmgaten zonder
adeste-zangen.
Zieltogend leven smelt in de sloot.
Wanneer de mokerslag op korstig ijs?
Het licht dat
spleten openrijt. Een zon obsceen bijna
en excentriek.
Ziedaar een landschap zonder littekens
herboren
bewoonbaar met de hartklop van een jong
seizoen.
Alleen de hunker na al dat kille
oponthoud blijft
onbeschreven. Als geuren van een
ouderwets boeket.
Altijd weer wachten op groen dat
gekalkte muren smukt.
Op brem in bloei. Op gele gentiaan aan
de waterkant.
Het eigen hart op vinkenslag.
Jo Gisekin (1942)
uit: Dooitijd (2012)
woensdag 26 januari 2022
Sven Staelens • Grenzeling
•• Het Poëzieweekgeschenk van de op axiomatische poëzie gerichte uitgeverij crU van dit jaar, Grenzeling, is geschreven door sven staelens. Het is een een poemic, een dichtbundel op basis van comics. Staelens gebruikt er een moeilijk leesbaar font in, en een onleesbaar (asemisch) font — elementen die vaak gebruikt worden om de grenzen van de poëzie op te zoeken. Hier worden deze elementen ingezet om aandacht te vragen voor het vluchtelingenvraagstuk zoals dat speelt in België en Nederland.
woensdag 22 december 2021
Guus Middag • Applebottom
Hoe zou de applebottom in het Nederlands heten? Ik ging ernaar op zoek, en kwam er al snel achter dat het Engelse woord onze taal al had bereikt: in een gedicht van Quirien van Haelen. Hij maakte een straattaalversie van het bekende achttiende-eeuwse gedicht ‘De pruimeboom’ van Hieronymus van Alphen. Daarin zag ene Jantje eens pruimen hangen, ‘o! als eieren zo groot’. Hij wilde ze graag plukken, ‘schoon zijn vader ’t hem verbood’. Jantje was in tweestrijd, overlegde hardop in zichzelf, besloot het toch niet te doen. Zijn vader had zijn brave jongen met zichzelf horen worstelen, prees hem zeer en beloonde hem alsnog met de door hem zo begeerde pruimen.
Bij Van Haelen, 250 jaar later, ziet Jantje geen pruimen, maar iets dat op een appel lijkt: ‘Jantje zag die applebottom / van die spange spandexho.’ Spang betekent ‘sexy’, spandex is elastaan en een ho is een hoer of slet. Jantje ziet de bolle bips van een lekkere meid in een strakke lycralegging – en hij begint er meteen zin in te krijgen. De ho is ook nog eens de vriendin van zijn broer, en laat zijn broer nu net in de gevangenis zitten (‘mi brada zit toch in de jilla’). Ook zij is wel in voor een verzetje.
Bij Hieronymus van Alphen ging papa aan het eind van de vertelling schudden aan de boom en daarna kreeg Jantje ‘zijn hoed vol pruimen, / en liep heen op een galop’. Bij Van Haelen loopt het allemaal heel anders af. Hier gaat het smatje aan het schudden – met haar achterste, ‘hoofd naar onder, bil omhoog’. Het eind van het lied komt dan snel: ‘Jantje hield het niet lang droog.’ Allemaal de schuld van die applebottom.
Uit Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden van Guus Middag, te koop bij de uitgever.
Die applebottom (Een story)
Jantje zag die applebottom
Van die spange spandexho
En hij wou die tanga ballen
Ook al was ze van zijn bro
Fokkit, zei hij, want mi brada
Zit toch in de jilla, aight
Hij kan mij nu toch niet met zijn
Pipa poppen, fok die shait
Maar ik ben geen backstaptype
Hij dronk aan z’n ginger beer
Effe tjappe, jonko smoken
Dan ik klop me eige spier
Weg ging Jantje, naar die shoppa
Maar die smatje was niet doof
Die zei, fokkit, ik wil bana
Klaasje zit voor tasjesroof
Hij heeft mij gezegd dat ik
Kon doen en laten wat ik wou
En nu wil ik kokkie geven
Boi, ik zuig je ballen blauw
Daarop ging ze aan het schudden
Hoofd naar onder, bil omhoog
Later batsen, badaptaki
Jantje hield het niet lang droog
Quirien van Haelen



