zondag 13 december 2015

Voor de verre prinses 8: Jan Kostwinder -- Afscheidslied

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

* wikipedia
* recensie bij Meander
* over








• Vandaag alweer de achtste aflevering uit de reeks Voor de verre prinses, waarin telkens een gedicht de aanleiding is voor een brief. Na afloop kunt u de gehele cyclus downloaden in een pdf, die desgewenst ook te printen is. Een decembercadeau voor de Coster-lezers.
Voor de verre prinses bestaat uit veertien liefdesbrieven over en naar aanleiding van evenveel Nederlandstalige gedichten. Chrétien Breukers beschrijft (op verzoek van zijn geliefde) gedichten die hem een leven lang zijn bijgebleven, wat die gedichten voor hem betekenen en wat voor hem het verband is tussen poëzie, leven en liefde. Persoonlijke notities die samen een korte geschiedenis van de Nederlandstalige poëzie vormen.


Afscheidslied

Alles is er nog, de kraaien kraaiend
in de hoge bomen, de melkwitte mistflarden
en het geloei van de vuurtoren,
en ook de koeien met hun onnozele ogen
en de vossen in de berm of slapend in hun holen,
en ook de lange lange weg, de slingerweg
door weilanden en langs de kliffen, om uit te komen
bij witte gebouwen en drinkgelag, bij de mannen
in hun verfbespatte overalls en bij Ellyned
die haar dijen toont onder gorgelend gelach
– flarden sigarettenrook tot onder de dakbalken;
vers getapte glazen – en ook de portierswoning
bij het kasteel waar jij ter wereld kwam, de ramen
waardoor je de zee en de tinnen kon zien,
en ook het rottend ooft in de boomgaard,
de kassen met hun ingewaaide ruiten
en de sneeuw die dit alles tot poëzie maakte

– alleen ik ben er niet meer,
niet meer dan een trilling in de lucht
van een opgeheven hand, niet meer dan de stank
van mijn ongewassen kleren bij het afscheid,
niet meer dan een klapzoen, een al vervagende
herinnering aan iemand die hier heeft geleefd,
op deze door god gemaakte en ook weer
in de steek gelaten plek:

je draait je om en kijk ik ben verdwenen ik ben er al niet meer.


Jan Kostwinder (1960-2001)
uit: Alles is er nog, verzamelde gedichten (2003)


Lieve Weekendkoerierster,

Vandaag is de Beurs van Bijzondere Uitgevers (voorheen: Beurs van Kleine Uitgevers) in Paradiso, Amsterdam. De voormalige kerk is een middag het domein van dappere, niet heel erg grote bedrijven die boeken uitgeven waar de grotere uitgevers niets mee kunnen en van notoire zelfkazers.
      Ik bezocht de beurs voor het eerst eind jaren tachtig. Het blad Tristan, onder redactie van Rob van Erkelens, Jack van der Weide en mijzelf, mocht bij het blad Adem op tafel en daarom waren we allemaal afgereisd naar Amsterdam, liftend, meegenomen door de uitgever van Rainbow Pockets Maarten Muntinga, die ons trots vertelde dat hij de imposante, limousineachtige Mercedes van filmproducent Laurens Geels had overgenomen.
      Op die beurs verkocht Menno Wigman het door hemzelf gemaakte en volgeschreven blad Nachtschade, verspreidde uitgeverij Wel de debuten van onder meer Rogi Wieg en Victor Vroomkoning, zag ik de heer Simons van De Beuk in zijn prachtige tweedpak fier achter zijn vaste tafel staan en maakte ik voor het eerst kennis met de talloze bibliofiele en bibliofielachtige drukkers die toen actief waren. Dat waren er heel erg veel: van oude heren met een fetisj tot krakers die hun eigen bundeltjes stencilden en in elkaar zetten.
      De sfeer in Paradiso heeft altijd iets van een mooie herfstdag met een beetje motregen. Het gevaarlijkst wordt dat om vier uur, als de eerste consumpties zijn uitgewisseld en de Zinloze Aankoop op de loer ligt. Want het valt niet mee, iemand uren helemaal alleen achter een kraam zien zitten, lezend, zich ogenschijnlijk niks aantrekkend van zijn marginale positie.
      De redactie van Adem, waar wij bij mochten aanschuiven, werd gevoerd door Marisa Groen, Jan Kostwinder en Hein Aalders. Over Jan Kostwinder die in 2001 overleed - wat inmiddels een eeuwigheid geleden is, en ook voelt als een eeuwigheid geleden - wil ik je iets vertellen.

Wij van Tristan leerden Jan kennen in 1986. Tussen Rob en Jan was het meteen vechtsjans. Dat kwam nooit meer goed. Ik kon het goed met hem vinden, wat ook wilde zeggen: ik keek enigszins tegen hem op en liet me overdonderen door de eindeloze verhalen die hij over me uitstortte. Jan was nooit echt stil. De héle dag was hij bezig met het formuleren van zijn mening over het belangrijkste ter wereld, de literatuur. In het voorwoord van Alles is er nog, zijn verzamelde gedichten, nam Hein Aalders een anekdote op; Jan en hij waren in de geboortestreek van Cesare Pavese, omdat ze een boek over deze auteur gingen schrijven.
      ‘(...) Ze volgden diens voetsporen en ondervroegen mensen die hem gekend hadden. Onvermoeibaar hield Kostwinder op hun speurtochten de Nederlandse literatuur tegen het licht. Te midden van de heuvels van Paveses geboortegrond, onder een brandende zon, vroeg hij, nadat de laatste perikelen rond zijn eigen tijdschriftje (Adem, CB) uitvoerig besproken waren, “maar wat vind jij nou van Maatstaf, Hein?” Het zweet gutste hun van het voorhoofd en Aalders kon niets anders uitbrengen dan: “Alsjeblieft Jan, kijk om je heen en hou voor één keer je kop.”’
      Dat was Jan. Een verhalenmachine zonder uitknop. Ik heb heel erg veel van hem geleerd. Hij was bevriend geweest met Rogi Wieg en had een langlopende vete met hem. Ik weet tot op de dag van vandaag niet waarom. Vooral was hij mijn eerste gids in de poëzie die nog niet was gebundeld, maar wel snel gebundeld zou worden. Via Jan leerde ik werk kennen van Arjen Duinker, Elma van Haren, René Huigen, Hans Kloos en K. Michel.
      Duinker en Michel schreven gedichten en maakten vertalingen, die ze opnamen in hun eigen stencilblad AapNootMies, voor drie gulden bij Perdu aan de Kerkstraat te koop.

Ik herinner me dat ik op een dag bij de traditionele vrijdagmiddagborrel van Perdu was en bijna bezwijmde van bewondering toen Martin Bril en K. Michel binnenliepen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was; wat het voor Bril en Michel ook was. Ik kwam van den buiten. Niet veel later gebruikten Bril en Van Weelden een regel van Michel als motto voor hun romandebuut ABC. Hoger kon je als dichter niet stijgen.
      In de jaren die volgden debuteerden al die dichters die ik via Jan leerde kennen. Internet was nog geen massamedium en bij het verschijnen van die boeken ging je naar boekhandel of antiquariaat en schafte ze aan. Anders had je geen idee wat er ongeveer in stond. Wat ik me vooral herinner is mijn bewondering voor de debuten van Huigen en Michel, voor de eerste bundels van Van Haren en de Perdubundel van Kloos.
      Inmiddels volgde Jan knarsetandend de carrière van Wieg, die onderdak had gevonden bij Van Oorschot. Van elke nieuwe bundel (en er verscheen elk jaar wel een nieuwe bundel) zei hij dat deze nu echt de ondergang van Wieg inluidde. Nú was het echt voorbij. Hij nam zich voor om dit in een allesomvattend essay aan te tonen.
      Voor me ligt Rode oever, het debuut van Arjen Duinker. Uitgegeven door Meulenhoff in 1988. Achtenveertig pagina’s, waarop achtentwintig gedichten en een reeks reisnotities. Maar al vanaf het eerste gedicht was ik diep onder de indruk:

KLIMOP!
ER GROEIT KLIMOP!

Ik ben ver weg geweest

KLIMOP!
ER GROEIT KLIMOP TEGEN DE MUUR!
OOOH! ZO GROEN!
Ik bedoel maar. Wie durft dat zo te schrijven? Caps Lock. Met vijf uitroeptekens in zes regels. Het is een van de mooiste yells waarmee ooit een dichterschap begonnen is. Duinker verbaast zich in zijn werk zonder zich te bekommeren over de indruk die dat op de lezer maakt. Ik vind dat nog steeds een van zijn sterkste stijlmiddelen, die verbazing, ook al is het gecondenseerde (de eis van een uitgever om het binnen die achtenveertig pagina’s te doen?) er jammer genoeg af.
      Dit is een ander mooi gedicht uit Rode oever, waarin hij een vorm van lucide zeuren bereikt die me wel bevalt. Want waar gáát het hier allemaal over? En waarom? Ik denk: over alles (en over drie elementen) en daarom. Iets wat in gedichten misschien net te weinig voorkomt, de meeste gedichten gaan vooral over de dichter of over niks, maar bij Duinker dus wel.
      De dichter laat hier iets zien. Hij toont aan, of spreekt uit, dat er aan het voorstellingsvermogen geen beperkingen kunnen worden opgelegd. Hier wordt de inspiratie onomwonden weergegeven, dit gedicht is niet het resultaat van inspiratie, het formuleert die:

De wind heeft een blauwe staart
Water heeft een blauwe staart
En vuur heeft een blauwe staart

De wind heeft ook een witte staart
Water een groene
Vuur heeft natuurlijk naast een blauwe
Ook een rode en een gele

Dan heeft de wind een zwarte staart
De staart van water is wit
En als je goed kijkt zie je
Dat vuur ook een zwarte staart heeft

Tenslotte heeft de wind een gele staart
Water heeft misschien nog een rode staart
Maar vuur heeft verder geen staarten
Jan Kostwinder las alle poëzie die in die jaren verscheen en was aan de lopende band bezig met het aanscherpen van zijn poëtica (een woord dat hij met zijn adembenemende Amsterdamse accent heel mooi kon uitspreken), met het zoeken naar het juiste woord op de juiste plek én met het bestrijden van wat hij humbug vond, of flauwekul. Die strijd stond zijn eigen werk soms in de weg.
      Woorden zijn namelijk geen daden, lieve weekendkoerierster. Woorden zijn maar woorden. Jan worstelde daarmee, al had hij het lek in zijn twee prozaboeken wel boven. Daarin kon hij zijn stijl de vrije teugel laten en werd hij een echte schrijver. Oh ironie, Jan bleek een betere prozaschrijver dan een dichter te zijn. Jammer genoeg heeft hij dat niet kunnen uitbouwen. Toen hij stierf werd er alleen een ontwerp voor een derde prozaboek tussen zijn papieren aangetroffen.
      Jan werd gecremeerd. Tijdens de plechtigheid die daaraan voorafging, was K. Michel ook aanwezig. Toen we samen naar buiten liepen, was er ineens een lichtflits in de wolken te zien. Het kon geen bliksem zijn, want het was een redelijk mooie zomerdag. Michel en ik keken elkaar aan en lachten. ‘Dat was Jan.’ Niet veel later schreef Martin Bril een column over hem. Over zijn nalatenschap en over zijn werk. Jan zal het allemaal met welgevallen hebben aangezien, op zijn wolk. Jan stond graag een beetje in het brandpunt van de belangstelling.

Zijn ‘Afscheidslied’ is een van mijn favoriete gedichten. Jan heeft hierin zijn parlando tot dichterlijke taal geslepen, en hij weet het geheel een onnadrukkelijk en toch onontkoombaar ritme op te leggen. Als ik het voorlees, ga ik bij de slotregels altijd bijna onderuit. Ik vind ze ontroerend, en natuurlijk speelt het een rol dat ik die onhandige, soms een beetje warrige en smoezelige Jan dan weer voor me zie. Met zijn poëtica. Straks, als ik terug ben van de Beurs, zal ik je dit gedicht voorlezen. Niet om de titel, maar omdat sommige gedichten om de zoveel tijd moeten worden voorgelezen, bij voorkeur aan jou.



Chrétien Breukers (1965) is dichter en prozaschrijver. In 2014 verscheen zijn veelgeprezen Een zoon van Limburg, in 2015 gevolgd door Lot. In januari 2016 verschijnt zijn dichtbundel De zomer haalt nog één keer uit en de novelle Fresh Up. Tussen 2005 en 2015 was Breukers redacteur van het literaire weblog De Contrabas.

2 opmerkingen:

  1. Dr. Reethesh is de man die mij heeft geholpen mijn stukgelopen huwelijk te herstellen. Voor iedereen die op zoek is naar hulp en advies om een ​​stukgelopen huwelijk of relatie te redden: Dr. Reethesh staat klaar om u te helpen. Een paar maanden geleden had ik problemen met mijn man. Ik ontdekte dat hij een affaire had met een andere jonge vrouw op zijn werk. Ik confronteerde hem ermee, maar hij werd boos en zei recht in mijn gezicht dat het waar was. Alsof dat nog niet genoeg was, zei hij ook nog dat hij niet meer van me hield en dat hij wilde scheiden. Ik was er kapot van en wist niet wat ik moest doen. Ik smeekte hem dat ik niet wilde scheiden, maar hij bleef aandringen. Daarvoor had ik via internet gelezen hoe Dr. Reethesh mensen hielp met stukgelopen huwelijken en relaties. Ik dacht erover na en besloot contact met hem op te nemen. Hij beloofde me weer te laten lachen. Ik volgde zijn instructies op en binnen een paar dagen was ik zo verrast toen mijn man voor me knielde en zijn excuses aanbood voor wat hij over de scheiding had gezegd. Dit had ik nooit verwacht. Ik ben Dr. Reethesh dankbaar voor wat hij voor me heeft gedaan. Nu leef ik weer gelukkig met mijn man. En hij heeft de andere vrouw niet meer gezien. Als u soortgelijke problemen ondervindt, raad ik u aan contact op te nemen met Dr. Reethesh. Hij kan u ook helpen. Via WhatsApp: +2349012999010 OF e-mail: reethesh60@gmail.com

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoe Dr. Wale mijn leven makkelijker maakte. Ik was verliefd op mijn vriendin van de middelbare school. We groeiden samen op met een sterke liefde en wederzijds begrip. We leefden vredig samen. Maar toen begon het mis te gaan. Mijn vriendin werkt in een andere stad, ver bij mij vandaan, dus de beste manier om contact te houden was via de telefoon. Maar na vijf maanden begon onze communicatie af te nemen. Telkens als ik haar belde, zei ze dat ze het druk had en dat ze me terug zou bellen als ze klaar was. Die dag eindigde zonder dat ze terugbelde. Dit ging maandenlang zo door, totdat ik besloot haar te verrassen in de stad waar ze werkte. Na een paar dagen ontdekte ik dat mijn vriendin een affaire had met haar baas op kantoor. Toen ik haar ernaar vroeg, zei ze dat ze klaar met me was en dat ze niet meer met me verder wilde. Die woorden braken mijn hart in duizenden stukjes, zo erg dat ik bijna een einde aan mijn leven maakte. Voordat ze naar mijn stad ging, blokkeerde ze me op al haar sociale media. Ik keerde met diepe pijn terug naar mijn stad. Ik was depressief en voelde me verraden door haar gedrag. Na een paar maanden, waarin ik nog steeds met pijn en bitterheid leefde, vertelde ik een vriend over de problemen. Mijn vriend stelde me voor aan Dr. Wale en zei dat Dr. Wale de enige was die mijn geluk kon terugbrengen. Hij vertelde me dat zijn huwelijk nu perfect is dankzij Dr. Wale. Toen ik contact opnam met Dr. Wale en hem alles vertelde, zei hij dat ik rustig moest blijven en dat ik weer een gelukkig man zou worden. Dr. Wale gaf me de opdracht om de benodigde spullen te betalen. De magie begon toen mijn vrouw me twee dagen later huilend opbelde en me smeekte om haar alsjeblieft te helpen. Ze zei dat ze niet wist wat haar bezielde waardoor ze zich zo slecht had gedragen. We zijn nu weer samen en leven weer gelukkig zoals voorheen. Ik wil Dr. Wale enorm bedanken dat hij dit mogelijk heeft gemaakt en mijn vrouw bij me heeft teruggebracht. Als je hulp nodig hebt, is Dr. Wale de juiste persoon om contact mee op te nemen. Zijn WhatsApp/Viber: +2347054019402 OF e-mail: drwalespellhome@gmail.com

    BeantwoordenVerwijderen