De dichter Chr. J. van Geel schreef een gedicht, ‘IJsbloemen’*, over wat je er allemaal in kon zien. Een ‘oase’ bijvoorbeeld, maar dan wel een ‘oase onder een pak sneeuw’. Of de manen van een leeuw, maar dan wel de ‘berijpte manen van een leeuw’. Een indiaanse verentooi, maar dan zonder de gebruikelijke bonte kleuren; een witte verentooi, een ‘schedelverentooi’.
Wat nog meer? De vacht van een schaap, met al die witte krullen. Of ‘een dicht berkenbos’. Het dichtgevroren raam is als een schilderij waar je lang naar kunt kijken. ‘Een bloemstilleven’, aldus Van Geel. Of ‘een Séraphine’, naar de naïeve Franse bloemenschilderes Séraphine de Senlis. Of ‘een nonnenspiegel'. Wat is een nonnenspiegel? Ik wist het niet. Het woordenboek ook niet. Maar het internet, na enig zoeken, wél. Nonnen horen niet ijdel te zijn, en zij horen dus ook niet in een spiegel te kijken. Maar soms wint, ook bij hen, de nieuwsgierigheid het van de voorschriften. Daarvoor is een devote oplossing gevonden: een spiegel die, als je erin kijkt, de afbeelding van een heilige te zien geeft, of een stemmige tekst, omgeven door allerlei kunstig in het spiegelglas gegraveerde veer-, varen- en bloemenvormen. Daartussen zitten enkele kleine stukjes onbewerkt spiegelglas, waarin de nieuwsgierige nonnen dan een glimp van hun eigen uiterlijk kunnen opvangen.
Als je op internet naar afbeeldingen van die nonnenspiegels kijkt, doen ze heel sterk aan iets denken. Aan wat? Aan een raam met ijsbloemen.





